Muziek in de kerkgeschiedenis VIII: Nieuwe ontwikkelingen

Vandaag het laatste deel in deze serie. De reis heeft ons gevoerd van de vroege kerk, via de staatskerk, reformatie, de VS en de rest van de wereld, de vorige eeuw en de evangelische beweging naar het heden. Welke nieuwe ontwikkelingen zijn er? Ik noem een aantal (Nederlandse) voorbeelden die m.i. onze (evangelische) eredienst muzikaal verrijken. Opvallend is dat er veel teruggrepen wordt, maar vaak in een hedendaags jasje.

Hernieuwde belangstelling voor de Psalmen
Een belangrijke ontwikkeling die ik zie is een hernieuwde belangstelling voor de Psalmen. Ik heb er al eens eerder aandacht aan besteed, dus ik noem het hier kort. In Nederland zijn verschillende initiatieven te noemen. Begin 21e eeuw is het initiatief Psalmen voor Nu ontstaan. Zij willen alle Psalmen opnieuw berijmen en op hedendaagse muziek zetten. Daarbij is de keuze gemaakt om héle Psalmen te zingen, en ook niet af te doen aan de soms rauwe taal (waar nog wel regelmatig Psalmen worden gezongen, gebeurt dit veelal eclectisch: alleen bepaalde verzen). Inmiddels heeft dit project haar voltooiing gevonden en zijn alle Psalmen opnieuw berijmd en op muziek gezet (zie ook mijn artikel op CVandaag). Ook The Psalm Project wil Psalmen een nieuwe leven inblazen. Zij gebruiken wel de Geneefse Psalmen, maar door aanpassingen in de melodie en/of de tekst weten zij deze liederen eigentijds te maken. Een andere insteek heeft De Nieuwe Psalmberijming. Geen nieuwe melodie, maar op de bestaande melodie een hedendaagse berijming. Ook buiten Nederland zijn interessante ontwikkelingen. The Psalms Project (niet te verwarren met het eerder genoemde The Psalm Project!) en Brian Doerksen met zijn The Shiyr Poets zijn begonnen om alle Psalmen in hun geheel op hedendaagse muziek te zetten. Beide projecten zijn begonnen bij Psalm 1 en volgende de Psalmen opeenvolgend, iets wat Psalmen voor Nu niet heeft gedaan. Beide projecten sluiten muzikaal goed aan bij de hedendaagse lofprijs- en aanbiddingsmuziek. Al langer bezig zijn de Australische Sons of Korah, die meer in een folkstijl de Psalmen volgens de NIV-vertaling op muziek zetten. We zien dan ook steeds meer (stevige) Psalmen – mondjesmaat, maar toch – terugkomen in Opwekking. Verschillende Psalmen voor Nu vinden we terug en op de laatste uitgave vinden we de niet zo gemakkelijke Psalm 13 in de uitvoering van Brian Doerksen. Dat is wel eens anders geweest. In de beginjaren van PvN heb ik een mail gestuurd naar Opwekking, met als suggestie om Ps 84 op te nemen. Dat werd toen nog aangemerkt als ongeschikt voor de bundel. Inmiddels is het lied opgenomen in de bundel.

Andere ontwikkelingen
Vanuit de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond is de band Sela ontstaan, zij schrijven veel liederen die aansluiten bij de hedendaagse muziekcultuur. De liederen vinden hun weg ook naar de kerken, verschillende liederen zijn ook opgenomen in de bundel van Opwekking. Een ander interessante initiatief is De Oden van Salomo. De Oden Salomo zijn oudst bewaarde christelijke liederen. Een aantal van deze liederen zijn op muziek gezet door dit project. Deze muziek is hedendaags en heeft keltische invloeden, waardoor het erg stemmig is. Een ander project kijken niet naar “het oude”, maar ziet een tekort aan liederen die onze ethische betrokkenheid benoemen. Deze Schrijvers voor Gerechtigheid, zoals zij zichzelf noemen, schrijven liederen over “waar Gods hart van vol is. Gods hart klopt voor gerechtigheid.” Ze ervaren dat hier te weinig over gezongen wordt. Ook SvG vinden we inmiddels terug in Opwekking. Hopelijk volgen er meer.

Nieuwe bundels
De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe bundels verschenen. Grote impact in de meer traditionele kerken had de uitgave van een nieuw liedboek: Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk. In opdracht van o.a. de PKN en later enkele gereformeerde kerken is dit boek in 2013 verschenen. Het is een brede bundel, met zowel de Geneefse Psalmen als nieuwe versie van Psalmen (o.a. Psalmen voor Nu). Naast gezangen vinden we ook liederen uit Opwekking, maar bijv. ook van Huub Oosterhuis. Dit jaar verschenen twee (meer) evangelische bundels: Hemelhoog (de opvolger van de Evangelische Liedbundel) vanuit het Evangelische Werkverband binnen de PKN en Op Toonhoogte vanuit de HGJB. In beide bundels een mengeling van oud en nieuw, Opwekking, Psalmen voor Nu, Sela.

Engelstalige worship
De worshipcultuur blijft onverminderd nieuwe muziek maken, en onverminderd populair. Bekende namen zijn Hillsong, Chris Tomlin, Matt Maher, Tim Hughes, Matt Maher en Matt Redman. De muziek ligt veelal goed in het gehoor, maar mis tekstueel vaak wat meer diepgang. Dat geldt geluk niet altijd. Een lied als 10.000 redenen van Matt Redman is erg populair, maar ook tekstueel sterk. We horen ook nieuwe invloeden bij bijvoorbeeld Rend Collective (meer folk).

Technologische ontwikkelingen
Ontwikkelingen gaan snel. Terwijl we in 2000 net een mobieltje hadden, hebben we nu smartphones die vele malen sneller zijn dan onze PC’s uit 2000! Ook in de kerk zien we deze ontwikkelingen terug. Zongen we eind vorige eeuw vaak nog uit een boekje, gingen we over op de overhead projector en is deze inmiddels vervangen door een beamer. Zelfs in traditionele kerken vinden we steeds vaker de liederen geprojecteerd. Door websites als Songselect is veel bladmuziek online beschikbaar en zie je steeds vaker dat muziek uit verschillende bundels wordt samengesteld. Dit biedt kansen, maar stelt ook eisen aan de kerken om te komen tot verantwoorde keuzes.

Ik ben benieuwd hoe de komende jaren gaan. Ik hoop dat de roep om meer Psalmen en ruimte voor lijden gehoord zal worden, en dat de kerk verrijkt wordt met een rijkere liederenschat!

Muziek in de kerkgeschiedenis V: In de rest van de wereld

De focus in deze series ligt vooral op het westen. Vanuit Jeruzalem (de vroege kerk), Rome (de staatskerk), Wittenberg (de reformatie) kwamen we in de Verenigde Staten. Die volgorde is niet willekeurig. Mijn achtergrond is evangelisch, en van daaruit bezien is dit zo ongeveer de route die de ten grondslag ligt aan deze beweging. Theologisch, en dus ook muzikaal. Toch is het interessant om ook de horizon te verbreden, en te kijken naar andere tradities. Er is méér dan het westen! Hier enkele voorbeelden uit het oosten en zuiden.

De oriëntaals orthodoxe Kerken
Tijdens het concilie van Chalcedon in 451 onstond een schisma. Een aantal kerken kon niet mee met de twee-naturenleer. Daarom werden deze kerken worden ook wel monofysitisch genoemd. Hier uit ontstonden o.a. de Syrisch-, Koptisch- en Ethiopisch-Orthodoxe kerk. Zij aanvaarden wel de uitspraken van de oudere concilies en vieren de feestdagen op andere data.

Het woord Kopt betekent Egypte, vandaar dus de Koptisch-Orthodoxe kerk. Volgens overlevering zou de apostel Markus de kerk in Egypte hebben gesticht, hij heeft dan ook een bijzondere rol. Ook het verhaal van Jozef en Maria die naar Egypte vluchtten heeft een bijzondere betekenis voor deze kerk. Vanaf de 4e eeuw kwam het kloosterleven op en was Egypte van belangrijk centrum voor het kloosterleven. Door een sterk bewustzijn van de (nationale) identiteit is de liturgie weinig veranderd in de loop der jaren. De eucharistie vormt een belangrijk onderdeel van de dienst. De dienst heeft vaak een dramatische ondersteun. Muziek speelt een belangrijke rol: de dienst wordt van het begin tot het eind gezongen, daarbij zijn de gelovigen ook betrokken in de refreinen. De melodieën zijn vaak binnen een klein bereik, met maar kleine nootverschillen. Een koor (vaak bestaande uit theologiestuden: kennis van muziek is onlosmakelijk verbonden met bestudering liturgie) leidt het zingen, soms begeleid met percussie (triangels, cymbalen). De zang is eenstemmig, het begeleidend ritme syncopisch.

Ook in Ethiopisch-Orthodoxe kerk heeft een bijzonder positie. Het is een oude kerk – het geschiedenis van kamerling zal hier een rol gespeeld hebben – die weinig contact met het westen heeft gehad. Velen van mijn generatie zullen Ethiopië vooral kennen van de hongersnood en oorlog. Maar de kerk heeft een rijke geschiedenis, waarin muziek een belangrijke rol speelt. Een van de belangrijke ambten in deze kerk is die van de dabtara. De dabtara’s dragen zorg voor het bewaren van de kunstzinnige tradities van de kerk. Zij worden onderwezen in muziek, dans en poezië. Een opleiding van – schrik niet – 2o jaar! De vele honderden traditionele gezangen moeten uit het hoofd geleerd worden en op perkamenten geschreven worden. De zang wordt begeleid met gedans en muziekinstrumenten. Iemand schrijft dat het doet denken alsof we in oudtestamentische tijden zijn beland.

De Orthodoxe Kerk
Het jaar 1054 is een belangrijk jaar in de kerkgeschiedenis. Hier vond het grote schisma plaats. Daarbij was een toevoeging aan de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen. De Latijnse kerk voegde toe dat de Geest ook uit de Zoon komt. Er speelde natuurlijk veel meer. Sindsdien zijn deze kerken hun eigen weg gegaan. In tegenstelling tot de Roomse kerk, worden deze kerken niet centraal geleid, maar min of meer geografisch ingedeeld en geleid. Dus is er een Russisch-Orthodox Kerk, een Grieks-Orthodoxe kerk etcetera.

De liturgie in deze kerken wordt wel Goddelijke Liturgie of Byzantijnse Liturgie genoemd. Kenmerkend is de geestelijke realiteit die op symbolische wijze zichtbaar gemaakt wordt. Deze liturgie bestaat uit drie delen: de voorbereidende gebeden (gebeden en voorbereiding van het avondmaal), de liturgie van de catechumen (diverse gezangen en psalmen, schriftlezingen, preek en gebeden) en de liturgie van de gelovigen (gebeden, gezangen, avondmaal, zegen en dankzegging). Het laatste deel was in de eerste eeuwen alleen voor gedoopten toegankelijk. De bekende iconen spelen ook een belangrijke rol in deze diensten.

De liturgie heeft weinig verandering gekend gedurende de eeuwen. De muziek is gebaseerd op Byzantijnse muziek, dat Griekse wortels heeft. In deze muziek is vooral de melodie van belang, die de betekenis van de tekst ondersteunt. In de verschillende orthodoxe kerk heeft de muziek zich ook door ontwikkeld. Zo is de Russische kerkmuziek beïnvloed door Poolse volksmuziek.

Afrika
Na de kolonisatie heeft het christendom een enorme groei beleefd in Afrika. Door de “import” van het westers christendom ontstond ook een kloof tussen de muzikale tradities. De westers muziek werd als emotieloos ervaren, maar de oude traditie – met veel ruimte voor ritme en dans – was verbonden met de heidense religies, te extatisch. Langzaam ontstond meer ruimte voor de eigen muziek. Zo stonden in de bundel Africa Praise (1956) zowel protestante liederen als Afrikaanse muziek met engelse teksten. Verschillende initiatieven ontstonden om eigen Afrikaanse muziek te maken. In Nigeria begon de Ikoli Hartcourt Whyte (1905-1977) met het schrijven van muziek in de eigen taal (Igbo), beïnvloed door europese muziek. Deze muziek wordt nog steeds gezongen in Igbo talige kerken. De Rooms-Katholieke Abbé Pier-Claude Ngumu in de jaren 1960 liederen geschreven passend binnen de muziek van Kameroen. In de loop der tijd ontstonden ook inheemse kerken, waar ook ruimte was voor inheemse muziek. In de ene kerk, zoals de Afrikaans Apostolische Kerk, gebeurt dit spontaan, door improvisatie. In bijvoorbeeld de Kimbangou kerk is dit juist erg georganiseerd.

Afrikaanse muziek – het is een enorm continent dus er zijn veel nuances – kenmerkt zicht veelal door ritme, vraag-en-antwoord zang. Muziek is niet om bij stil te staan: er wordt gedanst. Er zijn veel ritme instrumenten (en waar dit niet toegestaan is, maken mensen met hun mond ritmische klanken). De muziek is sterk emotioneel, extatisch en er is veel herhaling. Via de slaven heeft deze muziek, in veel gematigdere vorm, een behoorlijke invloed uitgeoefend op de moderne muziek.

De volgende keer: De twintigste eeuw

Muziek in de kerkgeschiedenis IV: De Verenigde Staten in 18e en 19e eeuw

We zijn met – grote stappen – door de geschiedenis gegaan van de vroege kerk, via de staatskerk naar de reformatie. Vandaag gaan we de oceaan over en komen we terecht in de Amerika. De ontwikkelingen daar hebben grote invloed op de evangelische beweging gehad. Daarom zoomen we hier wat dieper op in.

Culturen komen samen
In de Verenigde Staten kwamen de Europese invloeden langzaam samen met invloeden uit de Afrikaanse cultuur. De slaven brachten hun eigen ritmische muziek mee waaruit de negro spirituals ontstonden.

Eigen kerken
Eind 18e eeuw mochten zwarten hun eigen kerken vormen. Ze gaven ook hun eigen bundels uit. In 1801 verscheen Collection of Spiritual songs and hymns selected from various authors met daarin ook gezangen van Watts en Wesley. De Fisk Jubilee Singers waren een bekende groep die in de tweede helft van de 19e eeuw toerden door de VS met gospelliederen. Volgens Mark Twain (Tom Sawyer, Huckleberry Finn), wiens vader slaven had, zongen ze “in the genuine old way.” De liederen werden ook gepubliceerd.

Kampbijeenkomsten
Ook in de 18e eeuw ontstond in het oosten van de VS het verschijnsel kampbijeenkomst. Bijzonder was dat hier zowel blank als zwart publiek op afkwam. Tijdens deze enthousiaste openlucht vieringen kwamen velen tot geloof, waar ook blanken zich bijvoegden. Er ontstonden ook nieuwe liederen, eenvoudige, gemakkelijk te zingen en onthouden liederen (er waren geen liedboeken en velen waren ongeletterd). Kenmerkend voor deze muziek was naast het ritme de vraag en antwoord structuur en de nadruk op bevrijding, wat blanken een gevaarlijke boodschap vonden. Charles Finney, vader van moderne opwekkingsbeweging, bracht elementen uit deze bijeenkomsten, zoals de manier van zingen, naar de kerk. Muziek werd gebruikt om een geschikte sfeer te creëren.

Gospel
Eind 19e eeuw kwam de term gospel voor het eerst voor. De eenvoudige gospelliederen sprak de gewone man aan, zoals bij de bijeenkomsten van de evangelist Dwight L. Moody waarbij Ira David Sankey muzikaal begeleidde. De evangelieliederen onderscheiden zich van gezangen doordat ze niet over theologische onderwerpen (menswording, verzoening, opstanding) maar meer over persoonlijke onderwerpen met als doel harten te raken. Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor later ontwikkelingen in de evangelische muziek, zoals we later zullen zien.

Volgende keer: In de rest van de wereld

Muziek in de kerkgeschiedenis III: De reformatie

In de vorige delen kon je lezen over de vroege kerk en de staatskerk. Vandaag zoomen we in de op de reformatie. Met de reformatie kregen de verschillende nieuwe kerkgenootschappen ook hun eigen muzikale kleur. Terwijl het volk weinig mee kon zingen tijdens de diensten, wilden de reformatoren terugkeren naar participatie van de gemeente bij het zingen.

Luther
Luther wilde de mis zowel in het Latijn als de volkstaal. Tijdens de diensten moesten ook Duitse gezangen of koralen gezongen worden. Luther heeft verschillende liedboeken samengesteld, met melodieën uit Latijnse gezangen, populaire religieuze liederen en wereldse melodieën. In de Lutherse kerk was veel aandacht voor muziek, waarbij als dit mogelijk was ook gebruik gemaakt werd van verschillende instrumenten. Hierdoor ontstond in de Lutherse kerk ook een sfeer waarin ruimte was voor muzikale ontwikkeling. Zo heeft Bach in deze setting zich kunnen ontwikkelen, en staat hij bekend als een van de beste componisten aller tijden.

Calvijn
Calvijn ging een andere weg dan Luther. Hij wilde de Psalmen zingen, zonder harmonie of begeleiding. De melodie moest ten dienste staan van de tekst. Instrumenten hadden nog steeds een negatieve associatie, en Calvijn liet ze dan ook niet toe. Opvallend zijn de Gregoriaanse invloeden. Psalm 80 en 141 zijn direct uit deze traditie, in bewerkte vorm, overgenomen. Ook de typische kerktoonladders worden veel gebruikt.

Het Geneefs Psalter
Er werden nieuwe melodieën geschreven en zo ontstond het Geneefs Psalter, waarvan de melodieën nog steeds gezongen worden in de Nederlandse kerken uit de reformatie. Calvijn leerde de gemeente de nieuwe liederen door een koor van kinderen. Hij had een rooster opgesteld om het hele Psalmboek te zingen. Alle Psalmen werden op volgorde gezongen, het hele jaar door. Het belang dat Calvijn hechte wordt wel duidelijk uit de volgende uitspraak:

Voor de opbouw van de gemeente is het een zeer dienstige zaak enkele psalmen te zingen bij wijze van openbare gebeden, waardoor men zijn lofverheffingen zingt, opdat de harten van allen mogen worden bewogen en aangespoord om soortgelijke gebeden te maken en dergelijke lofprijzingen en  dankzeggingen met eenzelfde toewijding tot God te richten.

We zien hier net als bij Augustinus de verbinding van zingen met bidden. De liederen, in het bijzonder de Psalmen, werden gezien als een manier om gebeden te verwoorden.

Nog steeds zijn de Psalmen de belangrijkste liederen in kerken in de traditie van Calvijn. De aanvankelijke weerstand, of tenminste voorzichtigheid, ten aanzien van het orgel heeft plaatsgemaakt voor een omarming van het instrument. Dat is te begrijpen. In grote kerkgebouwen is het instrument instaat voldoende volume te produceren en het instrument heeft een grote veelzijdigheid in klanken en registers. Nog steeds wordt het Geneefs Psalter gezongen in calvinistische kerken. Hoewel de melodieën opgebouwd zijn uit hele en halve noten, worden m.n. in kerken in de rechterflank deze melodieën ‘op hele noten’ gezongen. Dit wordt ook wel niet-ritmisch of iso-ritmisch zingen genoemd. Doordat elke gezongen noot even lang duurt heeft dit een heel eigen karakter, maar duren de liederen hierdoor ook langer. Er zijn in de loop der eeuwen wel steeds nieuwe berijmingen verschenen op basis van deze melodieën.

Zwingli
De reformatie was ook een tijd van extremen. Zo was Zwingli van mening dat alle kunst, dus óók de gemeentezang, geen plaats had in de eredienst. Deze praktijk heeft weinig navolging gekregen (zoals de Quakers).

De Anglicaanse kerk
In de Anglicaanse kerk is The Book of Common Prayer (eerste  uitgave 1549) belangrijk. ’s Zondags moesten de Psalmen gezongen worden. De integrale berijmingen werden vanuit het verlangen de hele gemeente te laten zingen geparafraseerd. Pas in 1820 keurde de kerk gezangen officieel goed. Zo ontstond de bundel Hymns ancient and modern  in 1861. In de 18e eeuw was Isaac Watts een belangrijke componist van gezangen. Uit onvrede met de bestaande zangpraktijk schreef hij nieuwe gezangen en psalmen. Ook de Wesleys schreven een generatie later veel gezangen.

Volgende keer: De Verenigde Staten

Muziek in de kerkgeschiedenis II: De staatskerk

Vandaag het tweede deel in de serie Muziek in de kerkgeschiedenis. Nadat we naar de vroege kerk gekeken hebben gaan we naar staatskerk. In de vierde eeuw verandert de kerk van een ondergrondse kerk in een officieel erkende staatskerk. De discussie over het gebruik van instrumenten laaide tevergeefs opnieuw op, er werd tot het eerste millennium voornamelijk vocaal gezongen. Er vindt uniformisering van de dienst en het zingen plaats, maar de ontwikkelingen gaan langzaam. Tot er muzieknotaties in opkomst komen!

Gregorius
Eind zesde eeuw uniformiseerde paus Gregorius de eredienst,
waaronder een cyclus van gezangen voor het kerkelijk jaar. Hoewel hij zelf waarschijnlijk geen liederen schreef, werd de muziekstijl bekend als Gregoriaans. Veel zang vindt haar oorsprong in de psalmodie, een verhoogde spraak die we nog kunnen horen in de joodse eredienst. De gregoriaanse gezangen maken gebruik van de acht kerktoonladders en antifonen (tegenstem, een refrein ter afwisseling van psalmverzen). De psalmodie, op een toon met kleine variaties, psalmen reciteren is een belangrijke voorloper voor deze muziek (denk aan de zangerige toon waarop Joden en Moslims reciteren uit geschriften). Er zijn grofweg drie soorten gregoriaanse melodieën:

  • syllabisch: een noot per lettergreep
  • neumatisch: groepen noten voor elke lettergreep
  • melismatisch: sterk versierde melodieën per lettergreep

De mis
De mis was de centrale eredienst en had een aantal vaste muzikale onderdelen:

  • Kyrie (roep om ontferming)
  • Gloria (verhogen van God)
  • Qui tollis (die wegneemt – de ze zonden van de wereld)
  • Quoniam (U alleen bent heilig)
  • Cum Sancto Spiritu (Samen met de Heilige Geest)
  • Credo (ik geloof)
  • Et incarnatus (en is mensgeworden)
  • Et resurrexit (en is opgestaan)
  • Amen
  • Sanctus (Heilig) en Benedictus (Zegen)
  • Agnus Dei (Lam Gods) en Dona nobis pacem (Geef ons vrede)

De gezangen werden vaak gezongen door een getraind koor. Hierdoor was weinig tot geen participatie van de gemeente.

Langzame ontwikkelingen
De ontwikkeling van de muziek ging langzaam. Er was geen notatie en muziek moest uit het hoofd gezongen worden. Wel ontstonden er variaties op bestaande liederen door toevoegingen van tekst en/of muziek (tropen en sequensen). Maar ook had het “gewone volk” zijn eigen geestelijke liederen (laude spirituale). Later ontstonden schrijfwijzen voor muziek, waardoor gezangen werd uitgebreid en meerstemmig gemaakt werd. Vanuit deze verfraaiingen ontstonden nieuwe liederen, motetten. In de 14e eeuw kwam de Ars Nova op, waarbij in de muziek veel nieuwe ontwikkelingen waren, zoals nieuwe ritmes, gebruik van tonen buiten de gebruikelijke toonladders. Ook werd meer gebruik gemaakt van ritmes in tweetallen (2/4, 2/2) in plaats het als de perfect geachte ritmes in drietallen (3/4, 3/2).

Volgende keer: De reformatie

Muziek in de kerkgeschiedenis I: De eerste eeuwen

De zomer start ik een nieuwe serie: Muziek in de kerkgeschiedenis. In zeven (misschien acht) delen neem ik jullie in zevenmijlslaarzen mee door de rol van muziek en liturgie in de kerkgeschiedenis. Erg interessant, al zeg ik het zelf, want het is goed om iets van je afkomst te weten. Vandaag deel 1: De eerste eeuwen.

Wortels in Israël
De geschiedenis van de christelijke muziek begint daar waar ook de kerk haar wortels heeft: in Israël. Zowel uit de tempeldienst als de eredienst in synagoge namen christenen tradities over. Op het gebied van de muziek werd waarschijnlijk de beurtzang en de zang met tegenstem van psalmen overgenomen. Net als in de synagoge werd de muziek waarschijnlijk onbegeleid gezongen. Terwijl dit in de synagoge was vanwege de rouw om de vernietiging van de tempel, hadden christenen vooral moeite met de verbinding van instrumenten met werelds vermaak. Anderen beweren dat er wel degelijk instrumenten werden gebruikt in de eerste, op zijn laatst in de tweede eeuw.

Psalmen en de eerste gezangen
Naast de Psalmen zongen christenen ook gezangen, waarvan we de eerste vormen al vinden in het Nieuwe Testament, zoals  Fillipenzen 2:6-11:

Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.

Andere voorbeelden zijn Efeze 5:14 en 1 Timotheus 3:16. De oudst bekende liederen van de vroege kerk zijn de Oden van Salomo. Ze stammen uit de periode 80 tot 120. Deze 42 liederen zijn overgeleverd in het Syrisch. Ze zijn pas in 1909 (her)ontdekt. Een aantal van de Oden van Salomo zijn onlangs op muziek gezet, zie www.odenvansalomo.nl. De praktijk lijkt dus aardig in lijn met Paulus’ aanwijzingen m.b.t. zingen: “En zing met elkaar psalmenhymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer” (Ef 5:19) en “zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” (Col 3:16)

Zingen is twee keer bidden
Zingen maakte een belangrijk onderdeel uit van de eredienst.
De bekende theoloog Augustinus zei “zingen is twee keer bidden.”* Toch was Augustinus enigszins terughoudend over muziek:

Zo dobber ik tussen het gevaar van de lust en de ervaring van de heilzaamheid (van de muziek), en zonder ook maar een onherroepelijk oordeel uit te spreken, voel ik mij meer geneigd, de gewoonte van de kerk te zingen goed te keuren, opdat door het strelen der oren de te zwakke ziel tot innige godsvrucht zich verheefe. Wanneer mij echter overkomt dat de zang meer indruk maakt dan de gezongen tekst, beken ik dat ik strafbaar zondig ben en dan zou ik liever niet horen zingen

Dat heeft Augustinus er overigens niet van weerhouden om het lijvige werk Over muziek, bestaande uit zes boeken, te schrijven.

De liturgie
Toen de kerk nog geen staatskerk was, was er nog geen speciale rustdag. We weten dat de eerste christenen al op de zondag samenkwamen, de dag van de opstanding. Omdat dit geen vrije dag was, kwamen ze vroeg in de ochtend of ’s avonds na het werk samen. We weten niet precies hoe de eredienst er uit heeft gezien. Al vroeg moet zich een patroon hebben ontwikkeld van dagelijkse diensten. Er werd gebeden, uit de Bijbel gelezen en werden Psalmen en gezangen (waarin Christus genoemd werd) gezongen. Er ontstonden ook dagelijkse gebedsmomenten drie of vijf keer per dag.

De oudste beschrijving van een eredienst vinden we bij Justinus de Martelaar:

  • Begroeting voorganger en antwoord gemeente (vgl. Votum)
  • Lezing
  • Psalmodie
  • Les
  • Preek
  • Niet-leden worden weggezonden
  • Gebeden
  • Gemeente wordt heengezonden.

Daarnaast was er een aparte avondmaalsdienst (eucharistie):

  • Offerande: brengen en plaatsen van brood en wijn
  • Dankgebed voor brood en wijn
  • Breken van het brood
  • Communie: uitdeling van het brood en de wijn

Volgende keer: De staatskerk

* Ik ben er inmiddels achter dat dit waarschijnlijk niet correct is. Zie dit artikel.