Afscheid zonder kerkmuren (eerbetoon aan een vriend)

Ik heb getwijfeld of ik dit blogbericht zou schrijven. Het is namelijk best persoonlijk, en gaat niet alleen over mezelf. Het gaat namelijk over de begrafenisdienst van een vriend. Maar het was een mooie dienst, waar ik zelf ook deel van uit mocht maken. Dus als ik het schrijf, is het vooral als een laatste eerbetoon aan mijn vriend.

De dienst was om meerdere redenen bijzonder. Voor mij persoonlijk natuurlijk, maar ook om andere redenen. Mijn vriend is geboren in Iran en jaren geleden gevlucht. Daar christen zijn is namelijk niet zo prettig. In Nederland heeft hij een nieuwe leven opgebouwd. Een gezin met drie jonge kinderen. En dan ben je veilig in Nederland. Helaas niet veilig voor kanker. We hebben gebeden, gevast. Maar het mocht niet baten.

Mijn vriend ging naar dezelfde Evangelische kerk als ik, maar was ook betrokken bij de Katholieke Kerk in het dorp waar hij woonde. Een kleine gemeenschap die het gezin ook veel hulp biedt. Je begrijpt het misschien wel: de dienst moest drie elementen samenbrengen: Evangelisch, Katholiek en de Iraanse achtergrond. En dat is gelukt. Evangelische liederen, liederen in het Farsi en de Katholieke symboliek in een mooie Katholieke dorpskerk. We vierden samen communie. We baden samen het Onze Vader (de katholieke variant). We luisteren samen naar een preek van een Evangelische voorganger.

De symboliek gaf een mooi kader, een stuk houvast. De liederen hielpen uiting geven aan de emotie. Droog heb ik het niet helemaal kunnen houden. Maar voldoende om gitaar te kunnen spelen en mee te zingen (ook in het Farsi – het was gelukkig fonetisch uitgeschreven). Een goede herinnering aan een gepast afscheid in een volle kerk. Een mooie dienst waarin we ons niet hebben laten tegenhouden door kerkmuren, maar de verbinding gezocht is. Straks, als we in de hemel zijn, zijn er ook geen kerkmuren…

Dit instrumentaal muziekstuk schreef ik voor mijn vriend (aanvankelijk in 4/4, maar ik heb er vandaag 7/8 van gemaakt en een melodielijn aan toegevoegd). Het was eigenlijk niet de bedoeling om het te spelen tijdens de dienst. Maar om technische redenen was het handiger als ik het zou spelen tijdens een filmpje met foto’s. Ik heb het snel opgenomen met mijn telefoon, door latency en het late uur wat slordig. Maar ik wilde het toch graag toevoegen, omdat het meer zegt dan woorden…

Advertenties

Creatieve vormen gebruiken in de eredienst

De meeste kerkdiensten hebben zo’n beetje de volgende ingrediënten: zang, woord en gebed. Al eeuwenlang zien onze diensten er zo uit. Maar God heeft ons nog veel meer creativiteit gegeven! Hoewel ik denk dat deze ingredienten altijd deel zouden uit moeten maken van een dienst, is er geen reden om gebruik te maken van andere kunstvormen. Ik noem er vier: dans, drama, video en beeldende kunst.

Dans
Een vorm die we nog maar weinig zien is dans. Dat is best gek, als je beseft dat dit in de synagogen wel gebeurt. De vroege christenen lieten zich aanvankelijk daar door inspireren. Een jaar of 10 geleden ben ik eens in een messias-belijdende gemeente geweest, en het is echt heel mooi om te zien hoe daar gedanst wordt. In christelijke gemeenten heb ik wel gezien dat er op het podium gedanst wordt. Meestal meiden die op een liedje dansen. Het nadeel hiervan is dat het eerder het karakter van een optreden heeft, omdat niemand deel kan nemen. Het is dan ook belangrijk dat er op de een of andere manier betekenis aan wordt gegeven. Ofwel door de tekst van het lied, of in gebaren of door later in de dienst een link te leggen met de dans.

Drama
Een andere vorm die denk ik niet zo lang in de kerk voorkomt is drama. Dit is een geweldige manier om op een andere manier een verhaal te vertellen. Het kan een inleiding zijn op de preek, het thema goed neerzetten, mensen aan het denken zetten, voor een verrassingselement zorgen. Ook hier moet een dramastuk deel uitmaken van een groter geheel. Een losstaand stukje wat niets met de rest van de dienst te maken heeft mist zijn doel, of neemt de aandacht weg van andere delen.

Video
Een vorm van kunst die we tegenwoordig veel tegenkomen is het gebruik van videomateriaal. Met YouTube hebben we een enorme bron aan beeldmateriaal dat ongekend is. Doordat (evangelische) kerken veelal een beamer gebruiken, is dit ook eenvoudig te projecteren. Maar je hoeft niet altijd van anderen te lenen. Het is ook leuk om eigen materiaal te maken. Dat vergt natuurlijk wel wat, hoewel je met je smartphone al aardige filmpjes kunt maken. Net als bij de bovengenoemde elementen geldt ook hier: het moet echt inhoudelijk passen bij andere elementen in de dienst.

Beeldende kunst
De protestante kerken hebben de naam sober te zijn. De beeldenstorm heeft daar niet veel goeds in gedaan… Dat vind ik erg jammer. Schilderijen en beelden kunnen enorm veel vertellen. Natuurlijk bestaat het gevaar dat we doorschieten en de beelden gaan aanbidden, maar geldt dat dan niet voor de liederen die we zingen, de predikers die we horen? Kortom: het kind met het badwater weggooien is nooit een goed idee. Vergeet trouwens niet hoeveel moeite God nam om kunstenaars de tempel mooi te laten maken… In onze gemeente hangen een paar abstracte schilderijen, geschilderd door gemeenteleden die ook echt kunnen schilderen. Ik vind het heerlijk om hier naar te kijken. Het versiert de zaal, geeft meer kleur. En zo zijn er meer manieren om je kerk aan te kleden. Een bloemetje doet al veel!

Inpassen
Hoe pas je deze elementen in een dienst? Ik noemde al verschillende malen dat de elementen op elkaar afgestemd moeten zijn. Dat vergt afstemming tussen de betrokken personen. Dat kun je op verschillende manieren organiseren. Wij doen dat middels een programmateam. Hoe je het ook organiseert: als het maar duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en duidelijk is wanneer een onderdeel in de dienst plaatsvindt. Het gaat er niet om een professionele show te vertonen, maar als alles een geheel vormt en vloeiend in elkaar over laat lopen kan iedereen de focus houden op de boodschap van de dienst. Zonder afgeleid te worden door “euh… en nu kwam toch het dramateam?” Bedenk vooral dat dit soort elementen niet zozeer de dienst moeten opleuken, maar vooral iets moeten toevoegen. Natuurlijk mag het aansprekend zijn, als dat helpt om mensen meer van de inhoud te laten begrijpen. Maar het doel van de dienst is natuurlijk God eren en van Hem leren.

Muziek in de kerkgeschiedenis I: De eerste eeuwen

De zomer start ik een nieuwe serie: Muziek in de kerkgeschiedenis. In zeven (misschien acht) delen neem ik jullie in zevenmijlslaarzen mee door de rol van muziek en liturgie in de kerkgeschiedenis. Erg interessant, al zeg ik het zelf, want het is goed om iets van je afkomst te weten. Vandaag deel 1: De eerste eeuwen.

Wortels in Israël
De geschiedenis van de christelijke muziek begint daar waar ook de kerk haar wortels heeft: in Israël. Zowel uit de tempeldienst als de eredienst in synagoge namen christenen tradities over. Op het gebied van de muziek werd waarschijnlijk de beurtzang en de zang met tegenstem van psalmen overgenomen. Net als in de synagoge werd de muziek waarschijnlijk onbegeleid gezongen. Terwijl dit in de synagoge was vanwege de rouw om de vernietiging van de tempel, hadden christenen vooral moeite met de verbinding van instrumenten met werelds vermaak. Anderen beweren dat er wel degelijk instrumenten werden gebruikt in de eerste, op zijn laatst in de tweede eeuw.

Psalmen en de eerste gezangen
Naast de Psalmen zongen christenen ook gezangen, waarvan we de eerste vormen al vinden in het Nieuwe Testament, zoals  Fillipenzen 2:6-11:

Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.

Andere voorbeelden zijn Efeze 5:14 en 1 Timotheus 3:16. De oudst bekende liederen van de vroege kerk zijn de Oden van Salomo. Ze stammen uit de periode 80 tot 120. Deze 42 liederen zijn overgeleverd in het Syrisch. Ze zijn pas in 1909 (her)ontdekt. Een aantal van de Oden van Salomo zijn onlangs op muziek gezet, zie www.odenvansalomo.nl. De praktijk lijkt dus aardig in lijn met Paulus’ aanwijzingen m.b.t. zingen: “En zing met elkaar psalmenhymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer” (Ef 5:19) en “zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” (Col 3:16)

Zingen is twee keer bidden
Zingen maakte een belangrijk onderdeel uit van de eredienst.
De bekende theoloog Augustinus zei “zingen is twee keer bidden.”* Toch was Augustinus enigszins terughoudend over muziek:

Zo dobber ik tussen het gevaar van de lust en de ervaring van de heilzaamheid (van de muziek), en zonder ook maar een onherroepelijk oordeel uit te spreken, voel ik mij meer geneigd, de gewoonte van de kerk te zingen goed te keuren, opdat door het strelen der oren de te zwakke ziel tot innige godsvrucht zich verheefe. Wanneer mij echter overkomt dat de zang meer indruk maakt dan de gezongen tekst, beken ik dat ik strafbaar zondig ben en dan zou ik liever niet horen zingen

Dat heeft Augustinus er overigens niet van weerhouden om het lijvige werk Over muziek, bestaande uit zes boeken, te schrijven.

De liturgie
Toen de kerk nog geen staatskerk was, was er nog geen speciale rustdag. We weten dat de eerste christenen al op de zondag samenkwamen, de dag van de opstanding. Omdat dit geen vrije dag was, kwamen ze vroeg in de ochtend of ’s avonds na het werk samen. We weten niet precies hoe de eredienst er uit heeft gezien. Al vroeg moet zich een patroon hebben ontwikkeld van dagelijkse diensten. Er werd gebeden, uit de Bijbel gelezen en werden Psalmen en gezangen (waarin Christus genoemd werd) gezongen. Er ontstonden ook dagelijkse gebedsmomenten drie of vijf keer per dag.

De oudste beschrijving van een eredienst vinden we bij Justinus de Martelaar:

  • Begroeting voorganger en antwoord gemeente (vgl. Votum)
  • Lezing
  • Psalmodie
  • Les
  • Preek
  • Niet-leden worden weggezonden
  • Gebeden
  • Gemeente wordt heengezonden.

Daarnaast was er een aparte avondmaalsdienst (eucharistie):

  • Offerande: brengen en plaatsen van brood en wijn
  • Dankgebed voor brood en wijn
  • Breken van het brood
  • Communie: uitdeling van het brood en de wijn

Volgende keer: De staatskerk

* Ik ben er inmiddels achter dat dit waarschijnlijk niet correct is. Zie dit artikel.

Is er ruimte voor ellende in de eredienst?

Als je het nieuws ook maar een klein beetje volgt, kan het je moeilijk ontgaan: er is veel ellende in de wereld. Oorlog, honger, ziekte, armoede, verkrachting, moord…. noem maar op. Staat dit ook op onze radar als het zondag is? Of vergeten we dan al deze ellende om ons te richten op God?

Geen aanbidding zonder gerechtigheid
De eredienst is, zoals de naam al zegt, een dienst om eer te geven. Eer aan God. Het is een plek waar we samenkomen, samen God eren, samen God leren en samen voor God zingen. Dat is geweldig. In het Engels noemen ze een kerk ook wel een “House of Worship” (naast andere gebouwen van andere religies). Een huis van aanbidding. Maar wat is nu aanbidding? Ik schreef er al eerder over, dus ik ga er hier niet te diep op in. Een aspect wat een rol speelt is de ethische kant. Zoals ik in eerder genoemd blog schreef: “Aanbidding kan niet als er geen sprake is van streven naar gerechtigheid.”

Ver van ons bed?
Als aanbidding niet zonder dit streven naar gerechtigheid kan, wat betekent dat dan voor onze eredienst? Hoe kunnen we (ook) daar ruimte geven aan het lijden in deze wereld. En dan bedoel ik niet alleen maar onze eigen zieken, maar ook de grote dingen die we zien op het journaal. Die soms zo ver van ons afstaan. Ik heb wel eens christenen horen zeggen dat ze maar geen journaal kijken, vanwege alle ellende. Hoewel dat te begrijpen is, vraag ik me af of we – in ieder geval als kerk als geheel – onze kop in het zand moeten steken voor al deze ellende.

Groot contrast
Het contrast is groot. Wij wonen in Nederland. Ook hier is ziekte, dood, armoede, werkloosheid enzovoorts. Maar dit is van een hele andere orde als de oorlogssituaties waarin sommige mensen verkeren, de uitzichtloosheid in sloppenwijken, de armoede waarin mensen moeten leven ondanks lange werkdagen. Ik wil absoluut niets afdoen aan de moeilijkheden die we hier voor onze kiezen kunnen krijgen. Maar het is schokkend dat er mensen in Nederland zijn die het blijkbaar wel prima vinden als mensen die voor dit soort ellende vluchten verdrinken op Middellandse Zee, dezelfde zee als waar een grote groep deze zomer lekker ligt te zonnebaden. Minstens even schokkend vind ik het dat onze regering geen fatsoenlijke oplossing weet te bedenken voor zogenaamde illegalen, mensen die soms echt niet naar hun land terug kunnen…

Is er ruimte voor?
En wat horen we hiervan terug in de kerk? Betrekkelijk weinig hoor ik in bijvoorbeeld de voorbede dat hier aandacht aan wordt gegeven. Leeft het niet? Is het niet belangrijk? Staat het te ver van ons bed? In preken is soms ook wel aandacht voor ellende, maar – en dat juich ik al toe – vaker voor onze eigen situaties. En dan in de liederen. Zingen we hier over? Het is goed om God alle lof en eer te geven in onze liederen (liefst met lekkere nummers! En wat mij betreft moeten we dat ook zeker blijven doen). Maar als ons beeld van aanbidding daarbij stopt, hebben we het mis. In het Bijbelboek waarin we geweldige aanbidding vinden, lezen we ook dit:

Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis. Ze riepen luid: ‘O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?’ Ieder van hen kreeg witte kleren. Verder werd hun gezegd nog een korte tijd geduld te hebben, totdat ook de andere dienaren, hun broeders en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben. (Op 6:9-11)

Nu gaat het hier specifiek om degenen die om hun geloof zijn vermoord. Wat ik vooral wil aantonen: ook in dit boek, waarin God met hele mooie worden lof en eer toegezongen en -gesproken krijgt, is ruimte voor het lijden bij God. Wat mij betreft (en ik heb daarin profeten als Jesaja en Micha mee) houdt dit niet op vervolging, maar geldt dit voor alle ellende waaronder onze schepping zucht. God wilde geen offers van mensen die de weduwen en wezen negeren. Als we er geen woorden aan kunnen geven in de eredienst, kunnen we er dan nog wel daden aan geven buiten de eredienst?

Wat kunnen we doen?
Ik denk dat we een paar dingen kunnen doen in de eredienst, om daar maar eens te beginnen.

  • Voorbede: Hoe moeilijk kan het zijn om te benoemen wat we zien op het journaal? Om dit bij God te brengen in gebed? Dit is denk ik de eenvoudigste stap.
  • Preken: In preken kan aandacht worden geven aan het lijden, en daarbij ook aanhakend op actualiteiten.
  • Liederen: Het is goed om te beseffen dat er ook liederen zijn waarin het lijden benoemd wordt. Misschien vinden we ze niet zo snel in de moderne lofprijs- en aanbiddingsbundels, maar ze zijn er echt. Het voorbeeld bij uitstek is Schrijvers voor Gerechtigheid (zo hebben wij “Met open armen” geïntroduceerd in onze gemeente), maar denk ook aan Psalmen voor Nu en Sela. Zeker in de Psalmen zijn toch voldoende liederen te vinden hierover…
  • Komt niet met goedkope antwoorden! Niet in je gebed (leg het gewoon bij God neer), niet in de preek (God heeft heus een oplossing, maar vul het niet te snel in), niet in je liederen (door het eigenlijk te overschreeuwen met een bepaald soort liederen).

Echt, je hoeft geen treurige diensten te organiseren. Een enkel lied, een paar zinnen in een gebed, kunnen al het verschil maken. Misschien wel eentje die het best bij de huidige situatie past (zie hier voor meer info):

Van bewustwording naar doen
Toegeven: ik doe niet zo veel. Ik bid. Ik ben me wel heel bewust, maak me druk. En misschien is schrijven ook wel nuttig in deze, dat durf ik niet te zeggen. Maar: er is altijd iets wat je kunt doen, hoe klein ook. Zoals bij mij: bidden. Of misschien kun je iets geven. Misschien heb je politieke invloed. Misschien een (korte) zendingsreis. Misschien, zoals ik iemand heb horen roepen, kun je iemand op je zolder opvangen. Alles beter dan het maar te negeren.