“In aanbidding komen” als nieuw evangelisch sacrament?

Regelmatig hoor ik in de evangelische wereld de term “in aanbidding komen”. Misschien klinkt het ongeestelijk, maar het roept bij mij steeds meer weerstand op. Dat lijkt me niet goed, en de beste remedie voor mij is om het van me af te schrijven, en daarin de nuance terug te proberen vinden. Een andere gedachte die meespeelt is dat ik bij het lezen over de erediensten in de vroege kerk zag dat daarin de sacramenten een belangrijke rol spelen, vooral het avondmaal. Is aanbidding, of misschien nog wel meer, het “in aanbidding komen”, een soort evangelisch sacrament geworden?

Sacrament
Eerst even iets over het woord sacrament. Dat is een beladen term die in de protestante wereld niet altijd even graag gebruikt wordt. Het woord betekent letterlijk iets als geheim, mysterie. Een sacrament zou je kunnen zien als een symbolische handeling waarmee een mysterie wordt blootgelegd. Bij gebrek aan een betere term houd ik het bij sacrament. In mijn ogen zijn het avondmaal en de doop de sacramenten die de kerk regelmatig zou moeten beoefenen.

Aanbidding
Iemand stelde me, naar aanleiding van een cursus die ik gaf over muziek in de gemeente, de vraag hoe aanbidding was in de vroege kerk. Het “aanbiddingsblok”, of liederenblok zoals ik liever zeg, is een relatief nieuw element in de eredienst. Het viel de vraagsteller op dat dit ontbrak in deze diensten. Muziek was veel meer door de dienst heen gevlochten en had veelal geen aparte plaats. Muziek was daarmee niet onbelangrijk, maar had een veel meer ondersteunende functie. Aanbidding was het geheel van de dienst: gebed, Schriftlezing, prediking, muziek en avondmaal vormen een geheel en zijn stuk voor stuk een manier om God te aanbidden.

Een sacrament?
Sinds de opkomst van de evangelische beweging kreeg muziek een veel belangrijker rol en zelfs een specifiek eigen plek als vorm van aanbidding. Met de focus op persoonlijke geloofsbeleving, de ervaring en het zingen van alleen lofprijs- en aanbiddingsliederen kreeg muziek een heel ander karakter. In plaats van de calvinistische gedachte om de Psalmen op sobere melodieën te zingen die je aandacht richten op de tekst, en niet de emotie, werd dit bijna omgedraaid. Het gevoel mag er helemaal bij komen kijken. Eenvoudiger teksten, waardoor je je helemaal op God kunt richten in aanbidding, (eigentijdse) muziek die je daarin meeneemt en het gevoel benadrukt. Dan krijg je dat mensen gaan zeggen dat ze door de liederen “in aanbidding komen”. Het is bijna een soort sacrament geworden. Dit is het moment waarop je “echt” in Gods aanwezigheid bent.

Een gevoel?
Een vraag die ik daar bij stel: is dat gewoon een prettig gevoel, of is dat echt iets wat de Geest doet? En waarom ervaren wat dat wel in de muziek, en niet in de preek? Het is namelijk niet zo moeilijk om met de juiste muziek een bepaald gevoel op te roepen. Ik heb soortgelijke gevoelens ook gehad bij concerten van niet-christelijke bands. En daar was ik toen niet om God te aanbidden. Anderzijds is het ook zo dat ik oprecht geloof dat God mensen creativiteit heeft gegeven om muziek te maken, en geloof ik niet dat we daarbij het gevoel hoeven te negeren. Ik denk dat er een balans moet zijn tussen verstand en gevoel. Als we alleen maar afgaan op ons gevoel, wordt de inhoud minder belangrijk. Als we alleen maar focussen op de inhoud, wordt de vorm onbelangrijk. Het een sluit het ander gelukkig niet uit.

Uit de drukte
Een andere aspect wat hierin meespeelt is dat mensen vaak een hectisch leven leiden, en dan is het prettig als de kerk een “tegenover” is, een rustpunt. Als je zondagochtend eindelijk alle kinderen klaar hebt, net op tijd in de kerkdienst bent, heb je even nodig om om te schakelen. Dan snap ik dat mensen zeggen dat ze “in aanbidding moeten komen”. De focus moet van de drukte komen te liggen op God. Je kunt je afvragen wat er met ons aan de hand is als we pas bij het derde lied in het liederenblok God “echt” kunnen aanbidden. Waarom kan dat niet al direct bij het openingslied? Ik denk dat aanbidding, naar de eredienst gaan, ook gewoon een keuze is. Aanbidden is in het Hebreeuws letterlijk neerbuigen. Daar komt in de eerste instantie geen gevoel bij kijken. Dat is gewoon een keuze, dat doe je, of dat doe je niet. Ik lees nergens in de Bijbel dat mensen voor de eredienst “in aanbidding komen”. Je aanbidt God. Dat er emotie bij komt kijken, dat je in vervoering kunt raken zie ik wel terug, maar het is niet echt speerpunt. Misschien moet we voor onszelf meer rust inbouwen in de rest van de week (of tenminste voor we de naar de kerk gaan) en onze “aanbiddingsmodus” niet te veel af laten hangen van de liederen die we in de kerk zingen.

Aanbidding is niet los verkrijgbaar
De kerk is altijd in ontwikkeling geweest, en ik denk er niets mis mee is dat in de evangelische eredienst meer ruimte is voor liederen. Sterker nog: het is geweldig om langere tijd voor God te zingen met de hele gemeente, om op deze manier Hem (ook) te aanbidden. Ik denk dat er ook niets mis mee is om gevoelens op te roepen door de liederen. Ik geloof dat de Geest daardoor en daarin werkt. We moeten wel opletten het gevoel niet te vergeestelijken, onderscheid is belangrijk. Daarnaast blijft het belangrijk om ook de inhoud genoeg aandacht te geven. Een goed “aanbiddingsgevoel” bij een lied met een onbijbelse tekst lijkt me onwenselijk. Wissel liederen met meer diepgang af met liederen die meer het gevoel aanspreken. Blijf vooral vasthouden dat aanbidding meer is dan 20 minuten zingen op zondag, maar dat de hele dienst aanbidding is en eigenlijk je hele leven. Aanbidding is niet los verkrijgbaar schreef ik eerder. Dus nee, ik vind het in aanbidding komen geen sacrament. Maar het gevoel mag wel een rol spelen in de dienst en hoe we God – in alle elementen – aanbidden.

Creatieve vormen gebruiken in de eredienst

De meeste kerkdiensten hebben zo’n beetje de volgende ingrediënten: zang, woord en gebed. Al eeuwenlang zien onze diensten er zo uit. Maar God heeft ons nog veel meer creativiteit gegeven! Hoewel ik denk dat deze ingredienten altijd deel zouden uit moeten maken van een dienst, is er geen reden om gebruik te maken van andere kunstvormen. Ik noem er vier: dans, drama, video en beeldende kunst.

Dans
Een vorm die we nog maar weinig zien is dans. Dat is best gek, als je beseft dat dit in de synagogen wel gebeurt. De vroege christenen lieten zich aanvankelijk daar door inspireren. Een jaar of 10 geleden ben ik eens in een messias-belijdende gemeente geweest, en het is echt heel mooi om te zien hoe daar gedanst wordt. In christelijke gemeenten heb ik wel gezien dat er op het podium gedanst wordt. Meestal meiden die op een liedje dansen. Het nadeel hiervan is dat het eerder het karakter van een optreden heeft, omdat niemand deel kan nemen. Het is dan ook belangrijk dat er op de een of andere manier betekenis aan wordt gegeven. Ofwel door de tekst van het lied, of in gebaren of door later in de dienst een link te leggen met de dans.

Drama
Een andere vorm die denk ik niet zo lang in de kerk voorkomt is drama. Dit is een geweldige manier om op een andere manier een verhaal te vertellen. Het kan een inleiding zijn op de preek, het thema goed neerzetten, mensen aan het denken zetten, voor een verrassingselement zorgen. Ook hier moet een dramastuk deel uitmaken van een groter geheel. Een losstaand stukje wat niets met de rest van de dienst te maken heeft mist zijn doel, of neemt de aandacht weg van andere delen.

Video
Een vorm van kunst die we tegenwoordig veel tegenkomen is het gebruik van videomateriaal. Met YouTube hebben we een enorme bron aan beeldmateriaal dat ongekend is. Doordat (evangelische) kerken veelal een beamer gebruiken, is dit ook eenvoudig te projecteren. Maar je hoeft niet altijd van anderen te lenen. Het is ook leuk om eigen materiaal te maken. Dat vergt natuurlijk wel wat, hoewel je met je smartphone al aardige filmpjes kunt maken. Net als bij de bovengenoemde elementen geldt ook hier: het moet echt inhoudelijk passen bij andere elementen in de dienst.

Beeldende kunst
De protestante kerken hebben de naam sober te zijn. De beeldenstorm heeft daar niet veel goeds in gedaan… Dat vind ik erg jammer. Schilderijen en beelden kunnen enorm veel vertellen. Natuurlijk bestaat het gevaar dat we doorschieten en de beelden gaan aanbidden, maar geldt dat dan niet voor de liederen die we zingen, de predikers die we horen? Kortom: het kind met het badwater weggooien is nooit een goed idee. Vergeet trouwens niet hoeveel moeite God nam om kunstenaars de tempel mooi te laten maken… In onze gemeente hangen een paar abstracte schilderijen, geschilderd door gemeenteleden die ook echt kunnen schilderen. Ik vind het heerlijk om hier naar te kijken. Het versiert de zaal, geeft meer kleur. En zo zijn er meer manieren om je kerk aan te kleden. Een bloemetje doet al veel!

Inpassen
Hoe pas je deze elementen in een dienst? Ik noemde al verschillende malen dat de elementen op elkaar afgestemd moeten zijn. Dat vergt afstemming tussen de betrokken personen. Dat kun je op verschillende manieren organiseren. Wij doen dat middels een programmateam. Hoe je het ook organiseert: als het maar duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en duidelijk is wanneer een onderdeel in de dienst plaatsvindt. Het gaat er niet om een professionele show te vertonen, maar als alles een geheel vormt en vloeiend in elkaar over laat lopen kan iedereen de focus houden op de boodschap van de dienst. Zonder afgeleid te worden door “euh… en nu kwam toch het dramateam?” Bedenk vooral dat dit soort elementen niet zozeer de dienst moeten opleuken, maar vooral iets moeten toevoegen. Natuurlijk mag het aansprekend zijn, als dat helpt om mensen meer van de inhoud te laten begrijpen. Maar het doel van de dienst is natuurlijk God eren en van Hem leren.

Muziek in de kerkgeschiedenis II: De staatskerk

Vandaag het tweede deel in de serie Muziek in de kerkgeschiedenis. Nadat we naar de vroege kerk gekeken hebben gaan we naar staatskerk. In de vierde eeuw verandert de kerk van een ondergrondse kerk in een officieel erkende staatskerk. De discussie over het gebruik van instrumenten laaide tevergeefs opnieuw op, er werd tot het eerste millennium voornamelijk vocaal gezongen. Er vindt uniformisering van de dienst en het zingen plaats, maar de ontwikkelingen gaan langzaam. Tot er muzieknotaties in opkomst komen!

Gregorius
Eind zesde eeuw uniformiseerde paus Gregorius de eredienst,
waaronder een cyclus van gezangen voor het kerkelijk jaar. Hoewel hij zelf waarschijnlijk geen liederen schreef, werd de muziekstijl bekend als Gregoriaans. Veel zang vindt haar oorsprong in de psalmodie, een verhoogde spraak die we nog kunnen horen in de joodse eredienst. De gregoriaanse gezangen maken gebruik van de acht kerktoonladders en antifonen (tegenstem, een refrein ter afwisseling van psalmverzen). De psalmodie, op een toon met kleine variaties, psalmen reciteren is een belangrijke voorloper voor deze muziek (denk aan de zangerige toon waarop Joden en Moslims reciteren uit geschriften). Er zijn grofweg drie soorten gregoriaanse melodieën:

  • syllabisch: een noot per lettergreep
  • neumatisch: groepen noten voor elke lettergreep
  • melismatisch: sterk versierde melodieën per lettergreep

De mis
De mis was de centrale eredienst en had een aantal vaste muzikale onderdelen:

  • Kyrie (roep om ontferming)
  • Gloria (verhogen van God)
  • Qui tollis (die wegneemt – de ze zonden van de wereld)
  • Quoniam (U alleen bent heilig)
  • Cum Sancto Spiritu (Samen met de Heilige Geest)
  • Credo (ik geloof)
  • Et incarnatus (en is mensgeworden)
  • Et resurrexit (en is opgestaan)
  • Amen
  • Sanctus (Heilig) en Benedictus (Zegen)
  • Agnus Dei (Lam Gods) en Dona nobis pacem (Geef ons vrede)

De gezangen werden vaak gezongen door een getraind koor. Hierdoor was weinig tot geen participatie van de gemeente.

Langzame ontwikkelingen
De ontwikkeling van de muziek ging langzaam. Er was geen notatie en muziek moest uit het hoofd gezongen worden. Wel ontstonden er variaties op bestaande liederen door toevoegingen van tekst en/of muziek (tropen en sequensen). Maar ook had het “gewone volk” zijn eigen geestelijke liederen (laude spirituale). Later ontstonden schrijfwijzen voor muziek, waardoor gezangen werd uitgebreid en meerstemmig gemaakt werd. Vanuit deze verfraaiingen ontstonden nieuwe liederen, motetten. In de 14e eeuw kwam de Ars Nova op, waarbij in de muziek veel nieuwe ontwikkelingen waren, zoals nieuwe ritmes, gebruik van tonen buiten de gebruikelijke toonladders. Ook werd meer gebruik gemaakt van ritmes in tweetallen (2/4, 2/2) in plaats het als de perfect geachte ritmes in drietallen (3/4, 3/2).

Volgende keer: De reformatie

Muziek in de kerkgeschiedenis I: De eerste eeuwen

De zomer start ik een nieuwe serie: Muziek in de kerkgeschiedenis. In zeven (misschien acht) delen neem ik jullie in zevenmijlslaarzen mee door de rol van muziek en liturgie in de kerkgeschiedenis. Erg interessant, al zeg ik het zelf, want het is goed om iets van je afkomst te weten. Vandaag deel 1: De eerste eeuwen.

Wortels in Israël
De geschiedenis van de christelijke muziek begint daar waar ook de kerk haar wortels heeft: in Israël. Zowel uit de tempeldienst als de eredienst in synagoge namen christenen tradities over. Op het gebied van de muziek werd waarschijnlijk de beurtzang en de zang met tegenstem van psalmen overgenomen. Net als in de synagoge werd de muziek waarschijnlijk onbegeleid gezongen. Terwijl dit in de synagoge was vanwege de rouw om de vernietiging van de tempel, hadden christenen vooral moeite met de verbinding van instrumenten met werelds vermaak. Anderen beweren dat er wel degelijk instrumenten werden gebruikt in de eerste, op zijn laatst in de tweede eeuw.

Psalmen en de eerste gezangen
Naast de Psalmen zongen christenen ook gezangen, waarvan we de eerste vormen al vinden in het Nieuwe Testament, zoals  Fillipenzen 2:6-11:

Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.

Andere voorbeelden zijn Efeze 5:14 en 1 Timotheus 3:16. De oudst bekende liederen van de vroege kerk zijn de Oden van Salomo. Ze stammen uit de periode 80 tot 120. Deze 42 liederen zijn overgeleverd in het Syrisch. Ze zijn pas in 1909 (her)ontdekt. Een aantal van de Oden van Salomo zijn onlangs op muziek gezet, zie www.odenvansalomo.nl. De praktijk lijkt dus aardig in lijn met Paulus’ aanwijzingen m.b.t. zingen: “En zing met elkaar psalmenhymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer” (Ef 5:19) en “zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” (Col 3:16)

Zingen is twee keer bidden
Zingen maakte een belangrijk onderdeel uit van de eredienst.
De bekende theoloog Augustinus zei “zingen is twee keer bidden.”* Toch was Augustinus enigszins terughoudend over muziek:

Zo dobber ik tussen het gevaar van de lust en de ervaring van de heilzaamheid (van de muziek), en zonder ook maar een onherroepelijk oordeel uit te spreken, voel ik mij meer geneigd, de gewoonte van de kerk te zingen goed te keuren, opdat door het strelen der oren de te zwakke ziel tot innige godsvrucht zich verheefe. Wanneer mij echter overkomt dat de zang meer indruk maakt dan de gezongen tekst, beken ik dat ik strafbaar zondig ben en dan zou ik liever niet horen zingen

Dat heeft Augustinus er overigens niet van weerhouden om het lijvige werk Over muziek, bestaande uit zes boeken, te schrijven.

De liturgie
Toen de kerk nog geen staatskerk was, was er nog geen speciale rustdag. We weten dat de eerste christenen al op de zondag samenkwamen, de dag van de opstanding. Omdat dit geen vrije dag was, kwamen ze vroeg in de ochtend of ’s avonds na het werk samen. We weten niet precies hoe de eredienst er uit heeft gezien. Al vroeg moet zich een patroon hebben ontwikkeld van dagelijkse diensten. Er werd gebeden, uit de Bijbel gelezen en werden Psalmen en gezangen (waarin Christus genoemd werd) gezongen. Er ontstonden ook dagelijkse gebedsmomenten drie of vijf keer per dag.

De oudste beschrijving van een eredienst vinden we bij Justinus de Martelaar:

  • Begroeting voorganger en antwoord gemeente (vgl. Votum)
  • Lezing
  • Psalmodie
  • Les
  • Preek
  • Niet-leden worden weggezonden
  • Gebeden
  • Gemeente wordt heengezonden.

Daarnaast was er een aparte avondmaalsdienst (eucharistie):

  • Offerande: brengen en plaatsen van brood en wijn
  • Dankgebed voor brood en wijn
  • Breken van het brood
  • Communie: uitdeling van het brood en de wijn

Volgende keer: De staatskerk

* Ik ben er inmiddels achter dat dit waarschijnlijk niet correct is. Zie dit artikel.

De kracht van een spontane dienst

Soms gaan dingen anders dan anders. Eigenlijk houd ik er heel erg van als ik weet waar ik aan toe ben, en vooral dat alles goed geregeld is. Misschien dat ik daarom een aantal jaren geleden, op verzoek van de gelegenheidswerkgroep erediensten, zo enthousiast was om een programmateam op te zetten. Eerder heb ik al eens de vraag opgeroepen of Gods Geest alleen spontaan werkt. Daarmee heb ik niet willen zeggen dat de Geest niet spontaan werkt, maar óók in een goede voorbereiding. Gisteren heb ik ervaren hoe het is als de Geest spontaan werkt, zonder voorbereiding.

Anders dan anders
Eigenlijk ben ik afgelopen zondag naar twee diensten geweest. ’s Ochtends in de eredienst. Dat was al een beetje anders: ik moest gitaar spelen en we hebben donderdag (onze vaste oefenavond) niet geoefend i.v.m de hitte. Er stond bekende nummers op het programma (Samen in de naam van Jezus en You are Holy kunnen we natuurlijk allemaal wel dromen) dus volstond het om zondag op tijd te oefenen. Dat ging helemaal goed! Dat iemand een ventilator had meegenomen was overigens niet erg.

Extra dienst
Hoewel de ochtenddienst een mooie dienst was, kwam de verrassing tijdens een spontane tweede dienst ’s avonds. Een vriend van me is ernstig ziek en de doktoren hebben de hoop opgegeven. Ik wilde hem graag nog bezoeken. Daar aangekomen waren er meer mensen. Nadat ik even tijd samen met mijn vriend had, was het dan. Iemand had een keyboard bij zich. En er was ook wel een gitaar (“maar jij speelt toch linkshandig? Er is ook een rechtshandige!*), dus ik kon meespelen. En oh ja: iedereen behalve ik was Iraans… dus alles in het Farsi. Akkoorden waren er, en anders kon ik meekijken op het schermpje van het keyboard. En dus: een tweede dienst. Liederen gezongen (de meest (her)kende ik wel), gebeden (ik toch maar in het Nederlands) en uit de Bijbel gelezen (ik kon in het Nederlands meelezen).

God
Ik kwam voor een vriend. Maar eigenlijk voor God. Door de ellende heen, het verdriet, was er hoop. Konden we zingen voor God. Bidden. Geneest God? Iemand refereerde aan Daniel 3:17-18, waar Daniels vrienden zeggen: “Als er een god is die dat kan, dan is het onze God die wij vereren: Hij is in staat ons te bevrijden uit het laaiende vuur van een oven en Hij zal ons ontrukken aan uw greep, koning. Maar de koning moet beseffen dat wij, ook als God ons niet redt, úw god niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht niet zullen aanbidden.’”. En zo hebben wij God aanbeden. In een taal die ik niet begrijp. Met mensen die ik (nog) niet kende. Met God. Die ik weer een klein beetje beter ken.

Goed voorbereid?
Moeten we goed voorbereiden voor de eredienst? Ja, als het kan wel. God werkt daarin uitstekend, dat heb ik al eerder beargumenteerd. Maar God werkt evengoed spontaan. Daarin gebruikt Hij natuurlijk ook dingen die we al eerder geleerd hebben. De toetsenist had al liederen klaarstaan. Ik kan dusdanig goed gitaarspelen dat ik onvoorbereid onbekende liederen mee kan spelen (als ik maar bladmuziek heb). Maar: het is niet of het een, of het ander. Het kan en mag allebei! En nou ja, wat mij betreft het liefst de eredienst wel een beetje goed voorbereiden 😉