Moeten we kritischer zijn op wat we zingen in de kerk?

De EO lanceerde vandaag de volgende stelling: We moeten veel kritischer zijn op wat we zingen in de kerk. Het zal niemand verbazen dat dit veel reacties oproept. In mijn blogs schrijf ik hier ook vaak over, dus was ik erg naar benieuwd wat er zo al over geschreven wordt. Een poging om wat orde te brengen in de veelheid aan reacties… En ik verklap welke kaders wij in onze gemeente willen gebruiken om liederen te selecteren. En ergens kom ik ook met mijn mening op de proppen.

Het leidt alleen maar tot discussie…
Met een onderwerp als dit, en de brede doelgroep van de EO (van gereformeerd tot pinkster), kun je veel verschillende meningen verwachten. Sommigen vinden het überhaupt niet nodig om dit onderwerp aan te roeren. Het leidt immers toch alleen maar tot discussie. Vind ik toch wel logisch bij een slijpsteen. Of iemand vond dat er belangrijker onderwerpen zijn. Daar verbaas ik me dan over, want, zoals ik laatst schreef heeft wat we zingen volgens mij invloed op wat we geloven. Ik denk dat het goed is om de discussie te (blijven) voeren. En met mijn blog hoop ik daar een (slijp)steentje aan bij te dragen.

Bijbels
Veel reacties gingen wel op de vraag in. Kritisch zijn mag, als je anderen maar niet afkraakt. Anderen vinden het zelfs belangrijk dat we kritischer zijn: “De teksten mogen echt wel gewogen worden”, ze moeten bijbels zijn en als ze niet goed zijn “ontstaat het probleem al bij de ‘theologie’ van tekstschrijvers/vertalers”, meent iemand. Een ander geeft Efeze 5:19-20 als leidraad voor de zang. Niet zo’n vreemde suggestie natuurlijk! Verschillende mensen benadrukken dan ook dat het belangrijk is dat we beseffen we wat zingen. Iemand schrijft:

Ik kom uit een hele grote gemeente en ik verbaas me er wel eens over dat iedereen met volle borst meezingt bij liederen, waarvan ik denk: zouden mensen echt beseffen wat ze zingen, of zingen ze mee omdat dit nummer zo lekker klinkt? Ik vind dat je altijd achter de dingen moet staan die je zingt en als je dit niet kunt, God erbij betrekken dat je dit moeilijk vindt, maar wel wilt of zo.

Daartegenover staat de opmerking “Als het maar vanuit je hart gezongen wordt toch?” Wat mij betreft een dooddoener. Het lijkt me echt niet onbelangrijk dat als we met ons hart zingen, maar ons verstand ook nog mee doet… Sommige teksten kan ik niet met mijn hele hart zingen. Dat er moeite is met de inhoud blijkt ook wel: moderne liederen worden door sommigen als te persoonlijk ervaren. Ze missen bepaalde onderwerpen, zoals genade, het danken.
Iemand anders geeft aan dat muziek persoonlijk is. Hoe kunnen we daar nu over oordelen? Ik denk dat dat voor de vorm geldt, maar voor de inhoud zijn er denk ik wel kaders te geven (zie onder).

Gemis en balans
Er zijn er ook die verlangen naar het “oude”. Ze missen de Psalmen en gezangen. Iemand vind de nieuwe liedjes verschrikkelijk en schrijft dit:

Voorwaar, ik zeg u, de heer krijgt heel wat ellende op hem afgeslingerd. Elke zondag werden van over de hele wereld vreselijke dreindeuntjes met een metrum waar de Jostiband zich nog voor zou schamen de hemel in gezeurd. En dan de nieuwe liederen. Wat hebben we? De Borsato-orgastische opgeklopte leegte of van die vreselijke kleffe zeikvibrato rommel. Wat is erger? Ik weet het niet. En terwijl al zoveel goeie gospel voorhanden is. Moet je deze ellende horen. Je ziet Jezus verschrikt schuilen achter z’n vader’s troon met vingers in de oren. Wat natuurlijk niet werkt, daar ie altijd alles hoort en weet.

Het is nogal scherp, en zeker niet altijd mijn mening. Maar misschien kom ik in kerken waar het wat beter klinkt. En terwijl bij sommigen een gemis is, is er ook de oproep om balans te brengen. Er moet verscheidenheid zijn. Niet alleen Opwekking, maar ook Johan de Heer, Sela enzovoorts. Daar staat tegenover dat er juist ook mensen zijn die blij zijn met Opwekking of Hillsong. Mensen kunnen zich vinden in de teksten, de muziekstijl of het geeft een fijn gevoel.

En ik?
Wat vind ik zelf? Ik denk dat het goed is om altijd kritisch te blijven. We geloven met onze hele hart, verstand en gevoel. Degenen die mijn blog al een tijdje volgen weten dat ik kritisch ben op de muziek in evangelische kerken. Ik mis de Psalmen, die we in de evangelische wereld zo goed als vergeten lijken te zijn. Om te zingen in ieder geval. De leegte die Opwekking terecht heeft gevuld heeft een nieuw leegte gecreëerd. Gelukkig zien we bij Opwekking op de laatste pakweg 10 cd’s meer breedte en daar ben ik blij mee. Maar we zitten nog met veel oude (en soms ook nieuwe) liederen die misschien nog eens goed bekeken moeten worden. Daarom pleitte ik vorige jaar voor een bundel Opwekking 2.0.

Kaders
In onze gemeente gaan we nadenken over ons repertoire. We zingen voornamelijk uit Opwekking en zingen daar heel breed uit. Als persoon mis ik soms een stuk breedte en diepgang, als muzikant is het niet prettig om steeds nieuw repertoire eigen te moeten maken (soms eenmalig) en als kerkganger is het lastig meezingen met liederen die weinig worden gezongen. Maar hoe pak je dat aan? Kaders kunnen helpen, want met een veelheid aan meningen kom je er echt niet. Maar: geen wet van Meden en Perzen, richtlijnen die (hopelijk) genoeg speelruimte bieden voor een verantwoorde liedkeuze. Hier kwam ik op:

  1. Een lied moet goed zingbaar zijn (daarover kan al discussie zijn: maar er is hierin wel wat te zeggen binnen zekere grenzen).
  2. Een lied moet Bijbels te verantwoorden zijn. Dat betekent niet noodzakelijk liederen die letterlijk uit de Bijbel komen, maar er moet ook ruimte zijn voor Bijbelse liederen, zoals de Psalmen, dit is immers direct Gods woord. Deze zijn eeuwenlang gezongen maar zijn onterecht in de vergetelheid geraakt.
  3. De teksten moeten niet noodzakelijk ingewikkeld zijn, of onnodige tale kanaans zijn. Maar eenvoudig is niet simplistisch!
  4. Het Repertoire moet een breed palet thema’s behandelen (grofweg is het Psalmenboek hierin een blauwdruk). We geloven wat we zingen en als we alleen bepaalde onderwerpen bezingen kan dat ons geloof eenzijdig maken (dus ook lijden – het leven is nog niet zonder ellende).
    1. Lofprijs/Aanbidding
    2. Geloofsvertrouwen/dankzegging
    3. Verootmoediging/zondebelijdenis
    4. Lijden/klacht/verdriet/vertroosting
    5. Overgave/toewijding/(persoonlijk) getuigenis
    6. Onderwijs/wijsheidsliederen/belijdenis
    7. Speciale liederen (feestdagen, avondmaal etc.)
  5. Het repertoire mag verschillende stijlen hebben. Hedendaags, maar met houvast in het verleden (“de kerk der eeuwen”). Het mag soms knallen, maar er moet ook rust zijn. Het mag soms statig zijn, maar ook up-tempo.
  6. We moeten feeling houden met verleden, heden en vooruit kijken naar de toekomst: zowel gouwe ouwen (Opwekking, Johan de Heer, gezangen, etc.), nu (Opwekking, Psalmen voor Nu, Schrijvers voor Gerechtigheid, Sela, Hillsong, Reyer om maar wat te noemen) en toekomst (wat spreek jeugd aan).

Het is duidelijk: iedereen vindt wel iets over muziek. En met kaders los je dat nooit helemaal op. Maar als we muziek in de gemeente verankeren op Bijbelse grond en vormen gebruiken die passen bij de gemeente, komen we denk ik een heel eind!

Advertenties

Muziek in de kerkgeschiedenis I: De eerste eeuwen

De zomer start ik een nieuwe serie: Muziek in de kerkgeschiedenis. In zeven (misschien acht) delen neem ik jullie in zevenmijlslaarzen mee door de rol van muziek en liturgie in de kerkgeschiedenis. Erg interessant, al zeg ik het zelf, want het is goed om iets van je afkomst te weten. Vandaag deel 1: De eerste eeuwen.

Wortels in Israël
De geschiedenis van de christelijke muziek begint daar waar ook de kerk haar wortels heeft: in Israël. Zowel uit de tempeldienst als de eredienst in synagoge namen christenen tradities over. Op het gebied van de muziek werd waarschijnlijk de beurtzang en de zang met tegenstem van psalmen overgenomen. Net als in de synagoge werd de muziek waarschijnlijk onbegeleid gezongen. Terwijl dit in de synagoge was vanwege de rouw om de vernietiging van de tempel, hadden christenen vooral moeite met de verbinding van instrumenten met werelds vermaak. Anderen beweren dat er wel degelijk instrumenten werden gebruikt in de eerste, op zijn laatst in de tweede eeuw.

Psalmen en de eerste gezangen
Naast de Psalmen zongen christenen ook gezangen, waarvan we de eerste vormen al vinden in het Nieuwe Testament, zoals  Fillipenzen 2:6-11:

Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan een kruis.
Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
de Heer, dat is Jezus Christus.

Andere voorbeelden zijn Efeze 5:14 en 1 Timotheus 3:16. De oudst bekende liederen van de vroege kerk zijn de Oden van Salomo. Ze stammen uit de periode 80 tot 120. Deze 42 liederen zijn overgeleverd in het Syrisch. Ze zijn pas in 1909 (her)ontdekt. Een aantal van de Oden van Salomo zijn onlangs op muziek gezet, zie www.odenvansalomo.nl. De praktijk lijkt dus aardig in lijn met Paulus’ aanwijzingen m.b.t. zingen: “En zing met elkaar psalmenhymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer” (Ef 5:19) en “zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.” (Col 3:16)

Zingen is twee keer bidden
Zingen maakte een belangrijk onderdeel uit van de eredienst.
De bekende theoloog Augustinus zei “zingen is twee keer bidden.”* Toch was Augustinus enigszins terughoudend over muziek:

Zo dobber ik tussen het gevaar van de lust en de ervaring van de heilzaamheid (van de muziek), en zonder ook maar een onherroepelijk oordeel uit te spreken, voel ik mij meer geneigd, de gewoonte van de kerk te zingen goed te keuren, opdat door het strelen der oren de te zwakke ziel tot innige godsvrucht zich verheefe. Wanneer mij echter overkomt dat de zang meer indruk maakt dan de gezongen tekst, beken ik dat ik strafbaar zondig ben en dan zou ik liever niet horen zingen

Dat heeft Augustinus er overigens niet van weerhouden om het lijvige werk Over muziek, bestaande uit zes boeken, te schrijven.

De liturgie
Toen de kerk nog geen staatskerk was, was er nog geen speciale rustdag. We weten dat de eerste christenen al op de zondag samenkwamen, de dag van de opstanding. Omdat dit geen vrije dag was, kwamen ze vroeg in de ochtend of ’s avonds na het werk samen. We weten niet precies hoe de eredienst er uit heeft gezien. Al vroeg moet zich een patroon hebben ontwikkeld van dagelijkse diensten. Er werd gebeden, uit de Bijbel gelezen en werden Psalmen en gezangen (waarin Christus genoemd werd) gezongen. Er ontstonden ook dagelijkse gebedsmomenten drie of vijf keer per dag.

De oudste beschrijving van een eredienst vinden we bij Justinus de Martelaar:

  • Begroeting voorganger en antwoord gemeente (vgl. Votum)
  • Lezing
  • Psalmodie
  • Les
  • Preek
  • Niet-leden worden weggezonden
  • Gebeden
  • Gemeente wordt heengezonden.

Daarnaast was er een aparte avondmaalsdienst (eucharistie):

  • Offerande: brengen en plaatsen van brood en wijn
  • Dankgebed voor brood en wijn
  • Breken van het brood
  • Communie: uitdeling van het brood en de wijn

Volgende keer: De staatskerk

* Ik ben er inmiddels achter dat dit waarschijnlijk niet correct is. Zie dit artikel.