Onregelmatige maatsoorten in augustus: uit eigen werk

Afgelopen weken heb ik veel voorbeelden gegeven van nummers van verschillende artiesten in onregelmatige maatsoorten. Vandaag geen nummers van andere artiesten, maar citaten uit eigen werk. Een aantal jaren geleden heb ik een uitgesponnen progressive rock stuk geschreven waarin ik helemaal los ben gegaan met onregelmatige maatsoorten. Voorbeelden genoeg dus! Het werk heet Timelines en heb ik ingedeeld in 12 delen, waar ik hier 22 voorbeelden uit neem. Voorbij komen o.a. 5/8, 7/8, 9/8, 10/8, 11/8, 5/4, 7/4 en 13/16. Een erg lang blogpost, maar ik hoop de moeite waard voor degenen die zich (willen) verdiepen in onregelmatige maatsoorten.

Het hele stuk is op Soundcloud te beluisteren: https://soundcloud.com/marc-volgers/sets/timelines-instrumental. Deel 1, 6, 9 en 11, 12 staan ook op YouTube.

1. 7/8 arpeggio

De Ouverture begin ik in 7/8 met een A mineur cleane arpeggio (Am9 – F2/A). Het is voor mij heel natuurlijk om een arpeggio in 7/8 te spelen en klinkt door de vloeiende beweging van de doorklinkende noten ook niet heel ‘raar’. Ik speel er nog een meerstemmige melodielijn overheen, het blijft wat ‘afwachtend’ naar de volgende sectie.

2. 7/4 en een herhalende drie

Na de eerste sectie (vanaf 0:32) speel ik een riff in 7/4. Het bouwt heel erg op naar de volgende sectie, waarin het echt losbarst. Over de 7/4 maatsoort heen speelt een gitaar een arpeggio van 3 achtsten, die steeds herhaalt. Dat komt natuurlijk niet uit, dus verschuift elke maat. Dit draagt erg bij aan het opbouwende karakter en helpt de ‘verwachting’ te creëren. Doordat in drieen is, heb je ook een brugje naar het volgende stuk.

3. 11/8 tweestemmigheid

En dan (0:57) ‘barst’ het los in een 11/8 riff, een 12/8 min 1/8 tel. Twee elektrische gitaren laten de akkoorden klinken (A5-G/B-F5-G5) terwijl twee andere gitaren tweestemmig een melodielijn spelen.De bas en drums zijn ritmisch op elkaar afgesteld en spelen een lekkere groove.

4. Nog 11/8 maar dan anders

In de volgende sectie blijf ik “drie” gevoel vasthouden, maar ook hier speel ik met de maatsoorten: 11/8 – 12/8 – 11/8 – 15/8. Ik moduleer in deze sectie tussen Am en Bm en kom uiteindelijk in de toonsoort F# frygisch (als F#m maar ipv een G# een G). Dat lost op in de toonsoort Em in het volgende gedeelte.

5. 13/16 wordt 4/4

Ik wilde heel graag iets doen met een 16e maatsoort, en bedacht ooit iets als dit. Het is een heel symmetrische maatsoort: 3/8+1/16+3/8. Door de korte noot te tussen de groepjes van drie krijg je een heel gaaf effect en loopt het een soort van wel door. Ik bouw het op met eerst alleen bas en drums, de meerstemmige melodiepartij op gitaar en vervolgens de elektrische gitaar unisono met de basgitaar. Er zitten een aantal stops in, waardoor ik 1/8 tel extra heb. Na het 13/16 stuk is er ook een 15/16 stuk (niet afgebeeld) om vervolgens weer terug te komen in 13/16. Wat ik tof gevonden vond van mezelf is dat ik een variatie op die riff in 4/4 speelt met dubbel opgenomen gitaarsolo. Een variatie op deze sectie komt in een later deel van het nummer terug, waar ik nog verder losga in idiote 16e maatsoorten… (zie onder!)

6. 4/4, voornamelijk dan

Na de ouverture komt een deel 3, dat voornamelijk in 4/4 is. Hoewel er nog geen tekst is geschreven, heb ik dit geschreven met tekst in gedachten. Het refrein is bijna helemaal in 4/4, maar ik smokkel 1/8 noot weg… Het is een riffje dat net voor de tel begint (dus de 8e tel van de vorige maat). Het accent is dus naar voren geschoven, wat een ‘gejaagd’ gevoel geeft wat bij de riff past. Maar ik eindig met een strak loopje waarbij het accent wel op de 1e tel ligt. Daarom is de 3e maat 7/8 en niet 4/4. Het loopje zou losstaand 7/8 zijn, maar het accent van de volgende maat (de A5) wordt hier weer opgepakt. Later in deel 2 komen overigens elementen uit de ouverture terug (het 11/8-12/8 etc. riffje)

7. Een loopje met 7/8 nemen

Deel 4 begint met akoestisch gitaar en blijft lange tijd in 4/4. Dit, met het lage tempo creeert rust na het vorige deel. Maar na een paar minuten kan ik het niet laten en komen de nodige onregelmatige maatsoorten weer om de hoek kijken. Na het refrein (ong 3:00) komt een riff in 5/4. Dit luidt een lange instrumentale sectie in waarin verschillende thema’s uit dit en het vorige deel terugkomen zoals een variatie op 7/4 riff uit de ouverture, maar nu in 4/4 en het refrein in 4/4+4/4+7/8+4/4 dat hierboven besproken is. Ik ben ondertussen gemoduleerd naar Bm (of D) en pak hier de draad op bij een riff in 7/8. De loopje volgen min of meer de toonladder van Bm vanuit verschillende akkoorden gezien (Bm-G-Em-A). Dit is een fijne 7/8 staccato groove volgend het 1-2-3-te idee.

8. Arpeggio en variaties in 7/4 en 5/4

Dan volgt een arpeggio in D (die ik vaak heb moeten inspelen, het is een pittige riff!) in 7/4, die deze akkoorden volgt: D-G-Em-A.

Ik wilde hierna even net iets anders doen, en speel een variatie op deze riff in 5/4:

Na herhalingen van de 7/8 en 7/4 riff volgt nog een leuke variatie op de 7/4 riff. Hierbij de speelde elektrische gitaar volle akkoorden afgewisseld met gedempte noten. Ik verschuif echter elke maat het accent waardoor ik in 4/4 door lijk te spelen. Het Dadd11 akkoord heeft een accent op de eerst tel, de Gmaj7 op de tweede tel, de Emadd9 op de eerste en de A13sus4 (beetje lastig te benoemen akkoord… er zit een 6, 7 en 4 in). De bas en drums volgen de gitaar, waarbij de drums op elke kwartnoot een snare speelt, waardoor het doorlopen benadrukt wordt.

9. 7/4 of 7/8?

In een eerdere versie van deel 4 eindigde het na ongeveer 9 minuten. Maar in het laatste stuk had ik een riff die voor mijn gevoel niet genoeg aandacht kreeg. Ik vond (en vind) het een heel tof riffje, die ook echt iets van mijn gevoel verteld als ik in een melancholische stemming ben. Na het einde heb ik daarom het riffje terug laten komen. Eerst alleen op de piano, langzaam infadend. Hieronder een stukje waarbij de hele band invalt. Het riffje heb ik uitgeschreven in 7/4 bij 150bpm, maar heeft een halftime feel, waardoor het eerder aanvoelt als een 7/8 in 75 bpm. In de reprise heb ik er een gitaarsolo bij ingespeeld, die ik later ook voor de synthesizer heb ingevoerd waardoor je een mooi dubbel effect krijgt. Dit is echt een van mijn favoriete solo’s dit stuk (samen met de solo uit het laatst deel), en het mooie is dat dit eigenlijk niet ‘gepland’ was. Een goede solo vertelt een verhaal, en deze solo verwoordt een bepaald melancholisch gevoel dat ik soms heb, wat ik niet anders onder woorden kan brengen.

Hieronder een gedeelte uit de gitaarsolo. In dit gedeelte heb ik een maat met een extra tel.

10. Nog een keer 7/8, maar dan oosters

Het zal je misschien opgevallen zijn, maar ik gebruik vaak de maatsoorten 7/8 en 7/4. Dat is een maatsoort waarbij ik me erg comfortabel ben gaan voelen, waardoor ik er ook regelmatig riffjes in schijf. Onderstaand riffje komt uit een gedeelte van het werk (deel 5) dat veel later heb geschreven (de basis is geschreven in 2011, in 2016 heb ik het opgenomen en dit stuk ook geschreven). Het begint vrij zwaar (in 4/4) en heeft daardoor een wat andere sfeer, wat ik een mooie aanvulling vindt. In dit deel heb ik in het middenstuk een oosters klinkend riffje in 7/8. De toonsoort is F# frygisch. De staccato riff met de oosterse melodie geeft een tof effect. Op de opname heb ik deze trouwens een octaaf hoger ingespeeld en eindig ik de vierde maat met een kwartnoot i.p.v. twee achtste noten.

11. 4/4 veranderd in 7/8

Om de link te leggen tussen dit nieuwe deel en de rest van het stuk, heb ik een riffje uit deel 3 terug laten komen. Daar is het in 4/4 en in D en D mixolydian, hier is het in 7/8 in F# en F# mixolydian. De gitaar speelt hetzelfde idee met open noten, maar dan een snaar hoger en een positie lager (vanwege de kortere afstand tussen G en B). Door een noot weg te laten krijg je een 7/8. Dat wilde ik bewust niet in het eerdere deel (het is ook goed als iets in 4/4 is), maar als afwisseling vond ik het hier wel aardig.

(dit is een YouTube versie van een deel van deel 6, toen nog deel 4 genaamd, en ruw opgenomen)

12. Spaans in 17/8

Een van de mooiste akkoorden vind ik de Em7add9 (E, B, F#, G, D). Hier speel ik ‘m als arpeggio. Met een kleine aanpassing wordt het Cdim/add2 (met zowel een kwint als een verminderde kwint). Het is een samenstelling van 10/8 (3+3+2+2) en 7/8 (3+2+2). Ik speel het eerst op een nylonsnarige gitaar, wat een spaanse effect geeft, en werk het steeds verder uit.

Verderop in het nummer speel ik iets wat verder voortborduurt op het eerste riffje. Dit nummer is het enige deel dat ik met mijn 7 snarige gitaar speel, en dan vooral voor dit stuk. Hierin wilde ik een beetje een “djent” effect met een complex patroon en polyritmiek. Twee gitaren, basgitaar en basdrum spelen het complex ritme, twee andere gitaren een meerstemmige melodie, terwijl de snaredrum doorgaat alsof een soort 4/4 maat is en elke maat verschuift. Daardoor lijkt het toch door te lopen ondanks het ingewikkelde ritme.

13. Een tien

Het 17/8 riffje werd de basis voor een andere riffje in 10/8, waarbij ik dus eigenlijk alleen het ritme van het eerste deel van de 17/8 maat gebruik. Hierdoor loopt het meer door t.o.v. de 17/8 maat. Hierbij speelt een gitaar clean heel erg hoog de arpeggio (geinspireerd door King Crimson).

14. Spelen met 9/8

Ook in dit stukje speel ik iets wat geinspireerd is door King Crimson, de hoge gitaarpartij althans. Daaroverheen speel ik met 9/8 maatsoort. De basisriff (de hoge arpeggio) is in 5/8+4/8. Eerst gaan de ritmegitaar en de drums gelijk op. Tenminste, op de snaredrum na. Die laat ik alsof het 4/4 is doorlopen.

De eerste variatie is dat de drums en elektrische gitaar er een 12/8 maat overheen spelen, wat goed kan door de 9/8 maat als 3+3+3 te beschouwen. De cleane partij blijft in 5+4 doorgaan.

In de tweede variatie maak ik er een soort 6/4 van. Dit doe ik door duolen te spelen (een soort omgekeerde triool ipv 3 over 2 is dit 2 over 3). Het tempo lijkt te veranderen en de groove is heel anders. Ondertussen blijft het 5+4 riffje doorgaan, die nu t.o.v. duolen als triolen klinken (maar wel ‘gek’ omdat de accenten niet om de 3 tellen liggen). Door al deze variaties vind ik het een heel avontuurlijke sectie, ook erg leuk om te spelen.

15. Elke maat wat anders

In deel 7 laat ik heel veel uit de ouverture terugkomen, maar toch net anders. Het begint met de 7/4 riff uit voorbeeld 2, waarna de 7/8 partij uit voorbeeld 1 als couplet terugkomt en de 7/4 riff als refrein. Ik vond het leuk met deze riff als basis iets met verschillende maatsoorten achter elkaar te spelen. Dat kan wat verwarrend overkomen, en vond ik in dit gedeelte (deel 7) wel passend. Het begint met 7/8, dan 5/4 en 11/8. De twee keer eindigt met 7/8+5/4. Na een herhaling van de eerdere 7/4 riff komt nu het refrein uit deel 3 (voorbeeld 6).

16. Een 11/8 als 7+4

In de ouverture had ik ook een 11/8 als 3+3+3+2, hier heb ik een 11/8 als 2+2+3+2+2. Ik kom vanuit een riff in 7/8 (voortbordurend op riffje vb 6) en dit borduurt hierop voort, maar dan met 4 achtste noten extra. Na de laatste maat keert het riffje uit voorbeeld 6 terug.

17. Break in 5/8

Een aantal keer in het lied heb ik een break in iets als 5/8 of 5/4. Hier een voorbeeld (einde deel 8) van een hele lastige, omdat er veel rusten in zitten (moest ik ook vaak opnieuw inspelen…). Het begint met een loopje in 5/8 (G5add9-F5) en landt op een E5. In het tweede deel is er steeds een achtste rust bijgekomen. De notatie is wat arbitrair (had bijv. ook 11/8+10/8 kunnen zijn), maar deze notatie vind ik erg leesbaar.

18. Gekkenhuis in 16e…

In deel 9 laat ik het 13/16 riffje uit de ouverture terugkomen. Dit nummer heeft een paar riffs in 12/8 die ik echt heel tof vind om te spelen, op wat maatjes na blijft dit vrij regelmatig (zo komen 11/8 en 15/8 af en toe voor). Maar in dit deel ga ik helemaal los. Het “break” gedeelte heb ik ook pas later bedacht. Toen ik aan het opnemen was vond ik dat er nog iets heel geks nodig was. Ik ben wat gaan proberen en dit is het resultaat… Ik heb de 13/16 riff als uitgangspunt genomen, waarbij ik vooral door extra rusten een heel staccato effect creeer, om vervolgens weer terug te keren bij het 13/16 riffje.

19. Een onregelmatige mars

Wat ik wel al veel eerder had bedacht was deze “mars”, waarbij ik 13/16 als uitgangspunt neem en deze verleng met 2/16 of 4/16. Dit tel ik als volgt: 1-2-3-te-1-2-3 / 1-2-3-te-1-2-3-4 / 1-2-3-te-1-2-3 / 1-2-3-te-1-2-3-4-5. De laatst maat heeft een sterk accent op de laatste 5 noten waardoor de oplossing van de riff (het is Em, maar met de A2-G/B-Cmaj7-D6 blijf je wachten op een oplossing) in het 12/8 tweestemmige melodietje er goed uitknalt (het tempo wijzigt ook terug: van 120 op de kwartnoot naar 120 op de gepunctueerde noot, wat gelijk is aan 180, dit kan niet in 120 met triolen, omdat er o.a. 11/8 in zit wat niet met triolen kan).

20. 12/8 maar dan een beetje gek

Zoals ik al noemde is deel 9 vooral in 12/8, maar ook daar kun je leuke uitstapjes in maken. Hier ga ik terug naar de beginriff met loopjes die of 3/8 meer of 1/8 minder duren.

21. Er moest nog iets in 5/8

Toen ik naar de eerste opnames luisterde, kreeg ik het idee om nog ergens iets met een 5/8 maatsoort te doen. Ik hou van de gebroken 6/8 feeling, en had dit nog niet echt gebruikt in dit nummer. In het op een na laatste deel vond ik een plek waar ik ongestraft iets kon invoegen, en kwam met dit riffje. Het semi-vrolijk, doordat naar G oplost (toonsoort is Em of G). Het is een arpeggio in akkoorden die ik vaker gebruik (zie boven…) waarbij ik de F#, G en D op de D, G en B snaar als basis heb. De drums heb ik een tikje tegen de maat in laten gaan, door in elke tweede maat de open hihat op de tweede tel te zetten. Dit maakt het (voor mij) ritmisch interessant en blijft het leuk om naar te luisteren.

(dit is een eerdere opname, de versie op Souncloud is recenter)

22. De laatste onregelmatigheid…

Ik had in het nieuwe deel (deel 5) nog een gedeelte dat ik terug wilde laten komen, dat heb ik in het laatste deel gedaan. Daarbij heb ik het vertraagd, focus op piano gelegd en in 15/8 omgezet (4/4+7/8) en de laatste maat 16/8 (feitelijk 2x 4/4). De toonsoort had eigenlijk Em moeten zijn (staat hier in D, zoals het voorgaande stuk). Ik heb de verleiding weerstaan om verder veel met onregelmatige maatsoorten te doen (na als in het vorige deel trouwens) en speel in dit deel vooral in 4/4.

Het hele stuk duurt in totaal 80 minuten (ik wilde het op één cd kunnen zetten) en heeft eigenlijk drie eindes. Na deel 10 denk je… het is afgelopen, maar dan komt nog een heel stuk, En na deel 11, ok, nu is het afgelopen. En dan komt er nog een postlude, deel 12… maar daarna is het dan ook echt klaar!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.