Kritiek op moderne worshipmuziek is (on)terecht

Het is niet nieuw dat er kritiek is op nieuwe muziekstijlen in de kerk. Het heeft soms tot heuse “worship wars” geleid. Ook op de hedendaagse worshipmuziek is regelmatig kritiek, ook ik maak me daar schuldig aan. Is dat terecht? Onlangs verscheen een artikel op CIP over wat iedereen moet weten die moderne worshipmuziek afkraakt. Mijn interesse was direct gewekt en ik kan het niet laten om er op te reageren en zelfs mezelf een paar kritische vragen te stellen…

Kritiek

Het artikel is geschreven naar aanleiding van een kritisch blogartikel van Cameron Buettel en Jeremiah Johnson over Hillsong (de link wordt in het artikel overigens niet genoemd). In plaats van in te gaan op de argumenten van de schrijvers van dat artikel, worden er zes punten genoemd die een criticaster van moderne worshipmuziek ter harte zou moeten nemen:

  1. Beleving is in deze tijd belangrijk
  2. Verwar oppervlakkigheid niet met toegankelijkheid
  3. Jonge mensen leggen de accenten in hun geloof anders
  4. Moderne worship zet de mens meer centraal omdat God dat ook doet (in bepaalde mate)
  5. Er is ook sprake van een generatie- en cultuurkloof
  6. Als je iets niet mooi vindt, is het nog niet gelijk fout

Nu is het wel jammer dat, na een korte uiteenzetting van het artikel, daar op deze manier slechts indirect op ingegaan wordt. De punten worden veralgemeniseerd en daar wordt vervolgens uitleg over gegeven. En door de term afkraken te gebruiken wordt geen recht gedaan aan de argumenten van Buettel en Johnson.

Beleving

Over beleving wordt dit gezegd: “Dat zij dat doen komt onder meer omdat voor hen geloof veel meer te maken heeft met beleving dan met absolute waarheden. Er wordt dan ook bij de productie van die muziek minstens net zoveel aandacht besteed aan de sfeer die de muziek uitstraalt dan de woorden die gezongen worden. En om die reden vindt men het ook niet erg om een refreintje drie keer te herhalen.” Ik denk inderdaad dat het een verklaring is voor de nadruk op beleving. Het valt me op dat beleving tegenover absolute waarheden wordt gezet. Het lijkt minder om de inhoud te gaan, en dat lijkt me dus juist een terecht punt van kritiek dat hier impliciet bevestigd lijkt te worden.

Oppervlakkigheid

Vervolgens wordt critici verweten dat ze de toegankelijkheid van moderne worshipmuziek verwarren met oppervlakkigheid. Waarop dit verwijt gebaseerd is, wordt niet duidelijk. Uit het artikel van Buettel en Johnson kan ik dit niet opmaken. Zij benoemen terecht wat in het CIP artikel ” ‘vager’, ‘ambivalenter’ en dus toegankelijker” wordt genoemd op basis van enkele teksten van Hillsong. Nu kun je mij veel wijsmaken, maar als teksten vager en voor meerdere uitleg vatbaar zijn, wordt het er niet toegankelijker op. Tenzij je wil dat mensen hun eigen betekenis aan een lied willen geven. Vanuit artistiek oogpunt waardeer ik dat (en is het soms een pre), in een eredienst vind ik het prettig dat wat we zingen begrijpelijk is en bij voorkeur er ongeveer hetzelfde bij voor kunnen stellen. Lukt mij niet bij vage teksten.

Accentverschillen

Vervolgens worden de theologische accenten in worshipmuziek verdedigd: “Zo heeft hun ‘versie’ van het christendom ten opzichte van de oudere generatie veel minder te maken met het gered worden van de hel en je zonden, maar ligt de nadruk sterker op het Koninkrijk van God en het geloof in een God die door mensen heen de wereld tot bloei wil brengen.” Nu vraag ik me af of dat voor álle jongeren geldt (en is het accent dan niet veel eerder de beleving?), en als dat al zo is: moeten we daar dan in mee gaan, of mag ‘de oudere generatie’  de jongeren helpen een breder theologisch palet voorgeschoteld krijgt? Eenzijdige accenten leiden tot een

Mens centraal?

De centrale rol van de mens in deze muziek wordt verdedigd met de volgende redenatie: “Maar wat men eigenlijk bedoelt is dat men in een God gelooft die ervoor kiest om door mensen heen te werken en zo zichtbaar wordt in de wereld. En ook een God die mensen simpelweg zo belangrijk vindt dat Hij hen zelfs in zekere mate centraal stelt in Zijn plan. God bereikt deze wereld namelijk altijd, in negen van de tien keer, door mensen in te schakelen. Door mensen als jij en ik.” Dat klinkt heel mooi en vroom, maar dat is niet wat ik er regelmatig uit ophaal. Mij komt het eerder over alsof het voor mij als mens vooral goed moet voelen, ik denk bijvoorbeeld aan het immens populaire Oceans. De ik-gerichtheid in de Psalmen ervaar ik anders: daar leidt het altijd naar God toe. En dit argument sluit mijns inziens niet uit dat er objectievere liederen over God gezongen zouden kunnen worden.

Generatie- en cultuurkloof

Natuurlijk komt het ‘generatie- en cultuurkloof’ argument ook voorbij, de critici zijn volgens de schrijver vooral 50+. Ik ken zelf mensen die zowel beneden als boven deze leeftijd zijn. Van Buettel en Johnson kan ik geen leeftijd vinden, maar op een foto van Buettel zie ik geen 50 plusser. Maar dan nog: omdat er een generatiekloof is mag je niet kritisch zijn?

Of de critici zijn geen hippe jongeren uit Amsterdam, maar eerder afkomstig uit Urk die in een christelijk bubbel leven. Natuurlijk is er een cultuurkloof. Maar dat betekent niet dat je niet door de inhoud heen kunt prikken en daar zinnige kritiek op zou kunnen leveren. En hoeveel worshipmuziek minnende evangelischen leven niet in een bubbel? Ik ben 40, evangelisch uit het katholieke Brabant en gepokt en gemazeld met moderne muziek. De kloof is niet heel erg groot. Sterker nog: ik kan de muziek vaak waarderen, alleen de inhoud niet altijd. Ik ben er vrij zeker van dat ik niet in een christelijke bubbel leef…

Niet mooi?

Voortbordurend op het cultuurkloof argument wordt nog gezegd dat “Als je iets niet mooi vindt, […] het nog niet gelijk fout [is]“. In bijvoorbeeld de kritiek van Beuttel en Johnson lees ik niets over hun muzikale voorkeur. Er zullen ongetwijfeld critici zijn die moderne muziek verschrikkelijk vinden, en dan zou het wel zo fair zijn als ze dát zeggen. Maar ik lees regelmatig valide argumenten, waarbij het niet relevant is wat iemands muzikale voorkeur is.

Vruchtbare discussie

Het stuk besluit met “Willen discussies over de inhoud van christelijke muziek over en weer echt vruchtbaar zijn dan moeten beiden groepen elkaar eerst zo goed mogelijk leren verstaan. En dat kan alleen wanneer je je verdiept in elkaars leefwereld en elkaars beeld van God.” De grap is dát Buettel en Johnson zich verdiept hebben in de leefwereld (ze hebben een Hillsong gemeente regelmatig bezocht) en het Godsbeeld onderzocht (tenminste op basis van liedteksten).

Natuurlijk: het is van belang dat discussies zuiver worden gevoerd vanuit een wederzijds respect. Of dit artikel daar aan bijdraagt, deze hoop wordt uitgesproken, vraag ik me af. Daarvoor wordt te veel vooronderstelt zonder een goede grond. Er is niet echt inhoudelijk op de argumenten van Buettel en Johnson ingegaan, en ik vind dat bepaalde aspecten (beleving, Gods- en mensbeeld, theologische accenten) wel erg gemakkelijk als vaststaand feit worden aangenomen. Daarmee lijkt de kritiek bij voorbaat al in de kiem gesmoord te worden. Daarmee wil ik niet zeggen dat alle kritiek terecht is, maar het helpt m.i. de discussie niet.

(On)terecht

Wat dan wel? Laat ik vanuit mij zelf spreken, dan is de kans het minst groot dat ik dingen vooronderstel. Ik zie mijzelf als een gematigd criticus van moderne worshipmuziek. Ik zie zowel goede als minder goede dingen. Ik worstel er mee hoe ik daarmee op een vruchtbare manier mee moet omgaan. Ik denk dat als ik terug zoek in mijn blog ik ongetwijfeld felle kritiek ga terugvinden, maar ook meer genuanceerde uitspraken. En sommige artikelen staan al hele tijden in concept. Ik vraag mezelf af: waarom ben ik zo kritisch? Is mijn kritiek terecht? Sta ik open voor andere inzichten? Benadruk ik ook positieve aspecten?

Vruchtbaar vond ik de opmerking van Matthew Jacoby tijdens zijn lezing twee weken geleden, dat er veel goeds gebeurt in de moderne worshipmuziek, maar dat dat er nog meer is. Het hoeft er niet voor in de plaats. Nadruk op beleving moet m.i. worden aangevuld met theologische diepgang, nadruk op overwinning met aandacht voor het lijden. Ik zoek vooral een gezonde balans, dan kan er wat mij betreft ook ruimte zijn voor ‘oppervlakkige belevingsworship’. In mijn ogen is kritiek dus zowel terecht als onterecht.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s