Mag Jezus aanbeden worden? (Deel 2)

In dit stuk gaan we verder op de vraag of Jezus aanbeden mag worden. In het eerste deel behandelde ik de vraag vanuit de standpunten wie Jezus is, dat Hij het vleesgeworden Woord is die naar de Vader verwijst (lees eerst als je het nog niet gelezen hebt). Ik ga hier verder op zijn specifieke rol, mogelijke problemen met de vertaling van aanbidding en haal ik kort anderen aan en heb ik het over Jezus in de evangelische liedcultuur. Dan moet ik toch echt met een conclusie komen.

Jezus heeft een specifieke rol

Een andere reden die soms genoemd wordt waarom Jezus niet aanbeden zou mogen worden is vanwege Zijn rol. Jezus heeft zichzelf overgegeven als offer (Ef 5:2, 10:5-18). Jezus is de middelaar. Omdat Hij mens én God is, was alleen Hij in staat dit ultieme offer te brengen. Jezus worstelde dan ook enorm met de weg die Hij moest gaan (Lk 22:44). Maar Hij overwon. Hij is het lam dat is geslacht (Op 5:6). Er wordt zowel een relatie gelegd met Zijn menselijke afkomt (vers 5, uit de stam van Juda) als met God (vers 6, de zeven Geest van God). Jezus’ rol is die van een middelaar, een middelaar die Zichzelf als ‘middel’ gebruikte. Paulus schrijft in 1 Titus 2:5-6: “Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd.” Het doel was om ons erfgenamen van God te maken (Gal 3:19-4:7). Jezus is de middelaar van een nieuw verbond (Hb 9:15, 12:24).

Een belangrijke vraag die gesteld moet worden: betekent deze rol dat Jezus niet aanbeden mag worden? Hij is immers een bemiddelaar? Maar dan vergeten we dat Hij een hele bijzonder bemiddelaar is. Hij is mens. Hij is God. Als mens legde Hij Zijn goddelijkheid af (maar kreeg bij Zijn doop wel de Geest, Mt 3:16). Maar zoals we hierboven zagen in Fp 2 kreeg Hij deze status ook weer terug. Is Jezus God? Ik geloof van wel.

Daarnaast is Jezus veel meer dan middelaar. Hij was ook betrokken bij de schepping (Jh 1). Hij is onze redder, dat zit al in Zijn naam (Jezus betekent ‘De Heer redt’), Hij is hogepriester (o.a. Hb 4:15). En zo is er nog veel meer te noemen.

Vertaling van aanbidden

Een lastig punt met de Hebreeuwse en Griekse woorden voor aanbidden is dat het op meerdere manieren vertaald kan worden. Het Hebreeuwse woord Shachah heeft als grondbetekenis neerbuigen (om iemand eer te geven), en vandaaruit de betekenis van aanbidden. Iets dergelijks is ook aan de hand met het Griekse equivalent van dit woord. Proskuneoo komt van kussen (om iemand de eer te geven), en vandaaruit aanbidden. De context bepaalt dus hoe deze woorden vertaald moeten worden.

Het is interessant om te zien hoe vertalers dit doen bij Jezus in het evangelie van Mattheus. In hoofdstuk 2 lezen we over de wijzen uit het oosten. Terwijl de NBG en WV95 proskuneoo vertaalt met “hulde bewijzen” of “huldigen”, vertaalt de SV met “aanbidden”. NBG vertaalt pas met “aanbidden” na Jezus’ opstanding (28:9, 17), andere teksten (zoals 8:2 en 9:18) met “neervallen”. De WV95 blijft het hele hoofdstuk proskuneoo met “neervallen” vertalen terwijl de SV consequent met “aanbidden” vertaalt. Voor alle drie de aanpakken is wat te zeggen. Terwijl SV en WV95 consequent zijn, laat de NBG een voortgaande lijn zien. Voor elke aanpak is wat te zeggen. Waarom zou, net als de SV, Jezus als kind niet aanbeden mogen worden? Maar je kunt je afvragen of de wijzen vooral eer bewezen. Ze zullen Hem niet als God aanbeden hebben. Maar als Jezus de opgestane Heer is, is het wel aannemelijk dat Hij ook echt aanbeden werd zoals God aanbeden werd.

Nu zou in deze tekst nog enige twijfel kunnen bestaan. Opvallend genoeg zien we in Fp 2:10 letterlijk de term ‘elke knie buigen’, maar uit de context blijkt duidelijk dat het hier gaat om een vorm die alleen God toekomt. In Op 5:12-14 zien we dat God [de Vader] én het Lam aanbeden worden. Het lijkt gekunsteld om hier wel “de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden” op God  [de Vader] én het Lam toe te passen en het aanbidden in het volgende vers vervolgens weer alleen op God [de Vader] toe te passen. Waarom zou Jezus wel lof, eer, heerlijkheid en kracht (tot in alle eeuwigheden) mogen krijgen, maar niet aanbidding? Is het uitspreken van deze zaken juist geen vorm van aanbidding?

De vroege kerk, dogmatiek en discussie

Een vluchtige blik in een paar van mijn dogmatieken vertelt mij dat het onderwerp ‘Jezus aanbidden’ geen aparte aandacht krijgt. De belangrijkste discussie heeft zich vooral afgespeeld rond de Godheid van Jezus, en hoe dit zich verhoudt tot God [de Vader]. Soms lijkt het redelijk makkelijk voor waar aan genomen, zoals in het 40 dagen boekje Jezus aanbidden van Jos Douma (ik lees het nu voor 40 dagen tijd). Ouweneel begint er zijn christologie wel mee (De Christus van God), maar hier niet zozeer een discussie óf Jezus aanbidden mag worden: hij ziet dit op verschillende plekken in het Nieuwe Testament gebeuren. Over de eerste christenen gesproken, James  D.G. Dunn heeft interessant boekje gewijd aan dit onderwerp: Did the first Christians worship Jesus? Hierin is hij erg terughoudend, en concludeert op basis van teksten in het NT dat we voorzicht moeten zijn om te zeggen dat Jezus aanbeden werd. Een ander geluid vinden we in de Christelijke dogmaties van G. van den Brink en C. van der Kooi n.a.v. 1 Kor 8:6, 12:3, 2 Kor 8:9:

In al deze passages, dikwijls liturgisch getoonzet, schemert de geloofspraktijk van de eerste christenen door. Ze beleden Jezus als de Kurios en brachten Hem daarmee de hoogste eer die men zich denken kan. Als Heer is Jezus aanbiddingswaardig. (pag 390)

In de kerkgeschiedenis ging het vooral om de godheid van Jezus, waarbij het vaak zoeken was naar een balans tussen hen die Jezus als mens zagen, of tenminste een schepping van God (Arius), en dat Jezus álleen goddelijk is zoals in het docetisme; Jezus’ menselijkheid was slechts schijn (dokeo). Op het concilie van Nicea (325) wordt Jezus beleden als

De eniggeboren Zoon van God,
geboren uit de Vader voor alle eeuwen,
God uit God, Licht uit Licht,
waarachtig God uit Waarachtig God

Op een gegeven moment is de formulering ‘van hetzelfde wezen, dezelfde substantie’ ontstaan om de relatie tussen de Zoon en de Vader te beschrijven (de geloofsbelijdenis van Constantinopel 381).

Jesolatrie

Nog even terugkerend naar Dunn: Hij is beducht voor “Jesus-olatry”, of zoals C. van der Kooi het noemt: Jesolatrie (in Tegenwoordigheid van Geest). Ik deel zeker de mening dat aanbidding van Jezus niet los kan staan van aanbidding van God. Dunn en Van der Kooi noemen wel een terecht punt, relevant ook voor evangelische christenen. In sommige evangelische liederen gaat het bijna alleen maar over Jezus. In een artikel in Soteria beschrijft Hans Riphagen zijn ‘kritische analyse van godsbeelden in de hedendaagse aanbiddingsmuziek’ (hij onderzocht de eerste 50 liederen van de CCLI top 100 van 2013). Hij komt tot de conclusie dat aanbiddingsliederen vooral ‘Jezusliederen’ zijn en een Trinitarische belijden van God als Vader, Zoon en Geest missen. Jezus verliest hierdoor zijn rol als middelaar, maar ook zijn mensheid komt niet goed aan bod. “Hij wordt daarmee tot een machtige ‘koning-God’, die altijd aan onze kant staat’.” Daartegenover: “God [wordt] met name beschreven als machtig, schoon en liefdevol, maar ontbreekt de nadruk op zijn trouw en zijn rechtvaardigheid.” Balans wordt gemist in de beschrijving van God. Dit is pittige kritiek, die we best ter harte mogen nemen. Kiezen we liederen die, gezamenlijk, een gebalanceerd beeld geven van Jezus en God? Als we Jezus aanbidden, moeten we dit doen in de juiste context, zodat we niet vervallen in ‘Jesolatrie’.

Conclusie

Dit is geen uitputtende studie. Mijn belangrijkste argument is vooral: als Jezus God is, is er in principe geen bezwaar om Hem te mogen aanbidden. Het lijkt er op dat dit altijd zo opgevat is in het grootste deel van het christendom. Waar de vraag of Jezus aanbeden mag worden negatief beantwoord wordt, zien we ook al gauw de vraag of Hij wel God is, zoals op de site van Yeshua Ha Thora. Vanuit de Bijbel zie ik geen sluitende argumenten om aan te nemen dat Jezus niet aanbeden zou mogen worden (in tegenstelling tot Dunn). Integendeel, ik meen dat Hij op een aantal plekken wel aanbeden wordt. Daarbij staat dit nooit los van het aanbidden van God [de Vader]. Ik zie dan ook geen bezwaren om Jezus te aanbidden, mits in de juiste context. Hij is onze Heer, door Hem is alles geschapen en door Hem zijn wij verlost. Hij is goddelijk en God heeft Hem verheerlijkt.

Aan God en het Lam alle lof, eer, heerlijkheid en kracht tot in alle eeuwigheden!

Advertenties

2 thoughts on “Mag Jezus aanbeden worden? (Deel 2)

  1. Pingback: Mag Jezus aanbeden worden? (Deel 1) | Gloria en Kyrie

  2. Pingback: Jezus maakt het verschil in de eredienst | Gloria en Kyrie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s